Zakelijke brief (handgeschreven concept of kopie).
Origineel
Zakelijke brief (handgeschreven concept of kopie). 7 oktober 1942. [Linksboven in potlood/rood:]
Centrale Markt
H.L. 68
[Rechtsboven:]
Amsterdam, 7 October ’42.
[Adresblok:]
Aan den Heer Directeur
van de Groente en Fruitcentrale
Laan Copes van Cattenburgh
te ’s Gravenhage.
Mijnheer,
Ingevolge het onderhoud, dat de Heer van Meurs en ondergetekende, met U mochten hebben op 17 Septbr ’42 doe ik U hierbij toekomen een lijst van de door de prijsbeheersching uitgesloten grossiers, welke op de Centrale Markt te Amsterdam zijn gevestigd.
Tevens een opgave van de tijdstippen der straf, de veilingen waarvan de gestrafte grossiers buiten hebben en de veilingen waar door tusschenkomst van een commissie de grossiers hun goederen betrekken, hiermede de namen der commissionairs. Dit document is een officiële begeleidende brief gericht aan de directeur van de Groente en Fruitcentrale in Den Haag. De schrijver (een functionaris van de Centrale Markt in Amsterdam) refereert aan een gesprek dat op 17 september 1942 heeft plaatsgevonden.
De kern van de brief is de verzending van een lijst met 'gestrafte' grossiers (groothandelaren). Deze handelaren zijn door de instantie van de Prijsbeheersing uitgesloten van normale handel, vermoedelijk wegens overtreding van de prijsvoorschriften. De brief kondigt bijlagen aan waarin specifiek staat:
1. Welke grossiers het betreft.
2. De duur en aard van hun straf.
3. Van welke veilingen zij zijn uitgesloten.
4. De alternatieve regeling waarbij zij via commissionairs (tussenpersonen) alsnog goederen mogen betrekken om de voedselvoorziening niet volledig te stagneren. Het document dateert uit oktober 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de economie strak gereguleerd door de bezetter en de Nederlandse departementen om schaarste te beheersen en de zwarte handel te bestrijden.
De Prijsbeheersing (onderdeel van het Rijkscommissariaat) hield streng toezicht op de maximumprijzen. Overtredingen werden zwaar bestraft met boetes of tijdelijke uitsluiting van de markt. De Groente en Fruitcentrale aan de Laan Copes van Cattenburgh in Den Haag was het centrale orgaan dat toezicht hield op de distributie van deze levensmiddelen. De Centrale Markt in Amsterdam (gelegen aan de Jan van Galenstraat) was het logistieke hart van de voedselvoorziening in de hoofdstad. Uit de brief blijkt hoe bureaucratisch en strikt de controle op de handelaren in deze oorlogsjaren was georganiseerd.