Archiefdocument
Origineel
30 juli 1943 Onbekend (mogelijk een inspecteur van de politie of de distributiedienst), mede namens Controleur Feelhuis. De Heer Directeur van het Marktwezen te Amsterdam. No. 2c/49/1 M. 1943 2/8
A’dam, 30 juli ’43.
Naar aanleiding van Uw verzoek om de klacht Groenestein in ontvangst te nemen, deel ik U het volgende mede.
Winkelier Th. Groenestein, kaart 1006, wonende ter Haarstraat no 18, brengt het volgende onder Uw aandacht.
Bij hem in de straat woont op no 14 een kruidenier genaamd Meersman. In 1937 heeft deze op voorspraak van een politieagent een erkenning van de Groente- Fruitcentrale gekregen. Op het ogenblik is hij in de vakgroep "Kruideniers" ingedeeld.
Nu de fruitkaarten zijn komen te vervallen heeft hij een toewijzing groente gekregen. Daar hij voor den verkoop van groente geen ruimte in zijn winkel heeft werden heden morgen 20 kisten andijvie voor de deur op straat uitgestald, waarbij een bord was geplaatst waarop stond vermeld „Voor iedereen groente verkrijgbaar.”
Groenestein voelt zich hierdoor ernstig bedreigd. Door het omschakelen van een Kruideniers-zaak in een groente zaak is dit in strijd met de vestigingswet. Hij verzoekt hiertegen maatregelen te treffen.
Ik maak U nog opmerkzaam dat Groenestein reeds eerder een klacht heeft ingediend voor den verkoop van fruit in bovengenoemd perceel. Controleur Feelhuis heeft destijds de klacht onderzocht en is gebleken dat de klacht zeer gegrond was.
Het uitgebrachte rapport d.d. 12 Dec 1942 gaat hierbij. (Controleur Feelhuis verzoekt voor zijn archief dit weer terug te mogen ontvangen)
[Handtekening]
Den Heer
Directeur
Marktwezen. Dit document betreft een zakelijk rapport over een burengeschil tussen twee winkeliers in de Ter Haarstraat in Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. De kern van de zaak is een vermeende overtreding van de Vestigingswet en de distributieregels.
- De klacht: Th. Groenestein (groenteboer op nr. 18) beklaagt zich over Meersman (kruidenier op nr. 14). Meersman heeft een grote partij andijvie op de stoep gezet ("20 kisten") en verkoopt dit aan "iedereen".
- Juridische argumentatie: De klager voert aan dat Meersman officieel als "kruidenier" geregistreerd staat en niet de benodigde winkelruimte of papieren heeft om als groentehandelaar op te treden. Dit wordt gezien als oneerlijke concurrentie en een schending van de destijds strikte beroepsscheiding (vakgroepen).
- Bureaucratische context: Er wordt verwezen naar de "Groente- Fruitcentrale" en "fruitkaarten". Dit illustreert hoe de handel in levensmiddelen tijdens de oorlogsjaren volledig werd gereguleerd door de overheid via een bonnensysteem en strikte toewijzingen.
- Recidive: De brief benadrukt dat dit niet de eerste keer is dat Meersman de regels overtreedt; een rapport uit 1942 van controleur Feelhuis bevestigde al eerdere onregelmatigheden. De brief dateert uit juli 1943, een periode van toenemende schaarste in bezet Nederland. De distributie van voedsel was aan zeer strenge regels gebonden om de zwarte handel tegen te gaan en de bevoorrading (ook voor de bezetter) te garanderen.
Onder de Duitse bezetting was de "Vestigingswet" een belangrijk instrument om de economie te controleren. Winkeliers mochten niet zomaar van assortiment wisselen of hun zaak uitbreiden zonder vergunning van de relevante vakgroep. Klachten zoals die van Groenestein waren in die tijd veelvoorkomend: door de schaarste vochten winkeliers om elke klant, en het rapporteren van overtredingen van de concurrent aan de instanties (zoals het Marktwezen) was een gebruikelijke manier om de eigen marktpositie te beschermen. De Ter Haarstraat bevindt zich in de Amsterdamse Kinkerbuurt (Oud-West), een volksbuurt die destijds zwaar getroffen werd door de maatregelen van de bezetter.