Archief 745
Inventaris 745-398
Pagina 182
Dossier 22
Jaar 1943
Stadsarchief

Verslag/uittreksel uit een gemeentelijk jaarverslag of Gemeenteblad (Amsterdam).

Origineel

Verslag/uittreksel uit een gemeentelijk jaarverslag of Gemeenteblad (Amsterdam). – 9 –

groenten, fruit en bloemen (Gemeenteblad 1942 afd. 3 volgno. 107).

Met ingang van 16 Juni werd de Beethovenstraat tusschen Brahmsstraat en de Euterpestraat aangewezen als tijdelijke hulpmarkt van de algemeene dagmarkten, uitsluitend voor den verkoop van levensmiddelen (Gemeenteblad afd. 3. volgno 70).

In verband met maatregelen van de bezettende macht werd het zandterrein aan het Minervaplein, begrensd door de Rubensstraat en de Minervalaan, met ingang van 20 Juni, aangewezen als hulpmarkt uitsluitend voor Joodsche verkoopers, koopers en bezoekers, met dien verstande, dat op deze markt alleen groenten en nader aan te wijzen levensmiddelen ter markt mogen worden gebracht (Gemeenteblad 1942 afd. 3 Volgno. 71).

De opbrengst aan marktgeld op de algemeene dagmarkten bedroeg: f. 61.863.-- (v.j. f. 71.489,45)

Deze mindere opbrengst is voornamelijk een gevolg van de maatregelen door de bezettende macht in verband met de buitengewone omstandigheden genomen.

Het hieronder volgende staatje geeft een overzicht van de in 1941 en 1942 ingenomen plaatsen.

Markten half-jaar-plaatsen 1941 1942 Aantal week-plaatsen 1941 1942 dag-plaatsen 1941 1942
Nieuwmarkt 6 5 2.935 2.095 3.158 12.457
Waterlooplein 20 3 7.040 5.863 9.960 2.039
Dapperstraat 70 52 4.150 2.878 6.047 3.532
Albert Cuypstraat 31 33 13.533 10.162 15.456 9.816
Ten Katestraat 30 28 8.596 6.450 5.754 7.029
Lindengracht 53 44 8.605 7.062 8.665 3.484
Joubertstraat 3 299 4.264 290 227
Gaaspstraat 3 1.267 10.111 1.685 4.274
Beethovenstraat 256
Minervaplein 485
Jan Evertsenstraat 1.029 2.129 x
Mosplein 610 1.894 x
Stadionplein 284
Totaal: 210 171 47.389 51.549 54.684 46.881
Zwerf- msl [?] (handgeschreven) - - 764 - 3665 -

x In deze cijfers zijn ook begrepen de dagplaatsen ingenomen op de weekmarkt.

III. WEEKMARKTEN.

Boom- en Bloemenmarkt.

Met ingang van 21 September wordt deze markt bij wijze van proef dagelijks gehouden in plaats van 3 dagen per week. Een belemmering hiervoor vormde tot nu toe de verkeersbezwaren, welke onder de huidige omstandigheden echter niet meer gelden. De Singel (Zuidzijde), tusschen de Wijde Heisteeg en het Muntplein, werd daartoe voor den tijd van een jaar, aangewezen als tijdelijke hulpmarkt van de Boom- en Bloemenmarkt en wel op Dinsdag, Donderdag en Zaterdag (Gemeenteblad 1942 afd. 3 volgno. 95).

De opbrengst aan marktgeld bedroeg f. 1.540,75 (v.j. f. 1.437,85). Dit document legt een cruciaal en pijnlijk moment in de geschiedenis van Amsterdam vast: de fysieke segregatie van de Joodse bevolking op de openbare markten tijdens de Tweede Wereldoorlog.

De belangrijkste bevindingen zijn:
1. Gedwongen Segregatie: De tekst beschrijft de instelling van de markt op het Minervaplein (juni 1942) die "uitsluitend voor Joodsche verkoopers, koopers en bezoekers" bestemd was. Dit was onderdeel van de bredere uitsluiting van Joden uit het openbare leven door de bezetter.
2. Verschuivingen in Marktactiviteit: De tabel toont een drastische daling in de cijfers van markten in traditionele Joodse buurten, zoals het Waterlooplein (van 9.960 naar 2.039 dagplaatsen). Tegelijkertijd ziet men een enorme stijging op de Nieuwmarkt (van 3.158 naar 12.457 dagplaatsen), wat kan wijzen op een concentratie van handel elders of veranderde administratieve tellingen.
3. Economische Impact: De tekst vermeldt expliciet dat de daling in marktopbrengsten (van f. 71.489 naar f. 61.863) direct te wijten is aan de maatregelen van de bezettende macht.
4. Aanpassing van de Stad: De tekst noemt de Beethovenstraat en de Euterpestraat (tegenwoordig Gerrit van der Veenstraat). Saillant detail is dat in de Euterpestraat het hoofdkwartier van de SD en de Zentralstelle voor Joodse Emigratie waren gevestigd. In 1942 nam de vervolging van de Joden in Nederland een systematische en dodelijke wending. Vanaf mei 1942 was de Jodenster verplicht, en in de zomer van 1942 (de periode waarin deze marktwijzigingen plaatsvonden) begonnen de grootschalige deportaties naar de concentratie- en vernietigingskampen.

De instelling van aparte markten, zoals die op het Minervaplein en de Gaaspstraat, was bedoeld om Joden volledig te isoleren van de niet-Joodse bevolking (de 'Ariërs'). Terwijl Joden op de meeste markten werden verboden, werden zij gedwongen hun inkopen te doen op deze aangewezen plekken. Dit document is een administratieve weerslag van de bureaucratische uitvoering van deze antisemitische maatregelen door het Amsterdamse gemeentebestuur onder toezicht van de bezetter.

Samenvatting

Dit document legt een cruciaal en pijnlijk moment in de geschiedenis van Amsterdam vast: de fysieke segregatie van de Joodse bevolking op de openbare markten tijdens de Tweede Wereldoorlog.

De belangrijkste bevindingen zijn:
1. Gedwongen Segregatie: De tekst beschrijft de instelling van de markt op het Minervaplein (juni 1942) die "uitsluitend voor Joodsche verkoopers, koopers en bezoekers" bestemd was. Dit was onderdeel van de bredere uitsluiting van Joden uit het openbare leven door de bezetter.
2. Verschuivingen in Marktactiviteit: De tabel toont een drastische daling in de cijfers van markten in traditionele Joodse buurten, zoals het Waterlooplein (van 9.960 naar 2.039 dagplaatsen). Tegelijkertijd ziet men een enorme stijging op de Nieuwmarkt (van 3.158 naar 12.457 dagplaatsen), wat kan wijzen op een concentratie van handel elders of veranderde administratieve tellingen.
3. Economische Impact: De tekst vermeldt expliciet dat de daling in marktopbrengsten (van f. 71.489 naar f. 61.863) direct te wijten is aan de maatregelen van de bezettende macht.
4. Aanpassing van de Stad: De tekst noemt de Beethovenstraat en de Euterpestraat (tegenwoordig Gerrit van der Veenstraat). Saillant detail is dat in de Euterpestraat het hoofdkwartier van de SD en de Zentralstelle voor Joodse Emigratie waren gevestigd.

Historische Context

In 1942 nam de vervolging van de Joden in Nederland een systematische en dodelijke wending. Vanaf mei 1942 was de Jodenster verplicht, en in de zomer van 1942 (de periode waarin deze marktwijzigingen plaatsvonden) begonnen de grootschalige deportaties naar de concentratie- en vernietigingskampen.

De instelling van aparte markten, zoals die op het Minervaplein en de Gaaspstraat, was bedoeld om Joden volledig te isoleren van de niet-Joodse bevolking (de 'Ariërs'). Terwijl Joden op de meeste markten werden verboden, werden zij gedwongen hun inkopen te doen op deze aangewezen plekken. Dit document is een administratieve weerslag van de bureaucratische uitvoering van deze antisemitische maatregelen door het Amsterdamse gemeentebestuur onder toezicht van de bezetter.

Kooplieden in dit dossier 100

Aal en paling Waterlooplein 1.954 1/2
Aal en paling Waterlooplein 154.200
Aal en paling Waterlooplein 1.025
Aandeel huur hoofdkantoor Waterlooplein
Aankoop kisten Waterlooplein
Aantal auto’s (mosselen) Waterlooplein ---
Aantal vaartuigen Waterlooplein 54
Aantal vaartuigen Waterlooplein 77
Aantal wagons (mosselen) Waterlooplein ---
Aardap.: Waterlooplein 216.830.550
Aardap.: Waterlooplein 216.830.830
W. Fruithof Waterlooplein 550
Aard.gr.fruit Waterlooplein 173
Aard.gr.fruit Waterlooplein -359
Aard.gr.fruit Waterlooplein -172
Afschrijving dubieuze debiteuren Waterlooplein
Afschrijving dubieuze debiteuren Waterlooplein
Afschrijving overeenkomende met de verplichte aflossing op leeningen Waterlooplein 02
Afschrijving, overeenkomende met de verplichte aflossing op leeningen Waterlooplein
Af te dragen Loonbelasting Waterlooplein
Af te dragen Loonbelasting Waterlooplein 84
A. Cuypstraat Waterlooplein 15.456
A. Cuypstraat Waterlooplein 9.816
A. Cuypstraat Waterlooplein 9.816
A. Cuypstraat Waterlooplein 9.816
A. Cuypstraat Waterlooplein 9.816
A. Cuypstraat Waterlooplein 9.816
A. Cuypstraat Waterlooplein 15.456
A. Cuypstraat Waterlooplein 9.816
A. Cuypstraat Waterlooplein 9816 / 15.456
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6