Dienstmededeling / Circulaire (Gemeente Amsterdam)
Origineel
Dienstmededeling / Circulaire (Gemeente Amsterdam) 20 januari 1943 De Burgemeester van Amsterdam (E.J. Voûte) Heeren Hoofden van Diensten, Bedrijven en Administratiën No. 7/5/11 M. 1943
GEMEENTE AMSTERDAM
No. 144 G.B. 1943. AMSTERDAM, 20 Januari 1943.
Onderwerp :
Beperking papierverbruik.
De steeds ernstiger wordende toestand van de papiervoorziening heeft het Rijksbureau voor Papier doen besluiten aan de Vereeniging van Nederlandsche Gemeenten te 's-Gravenhage op te dragen van 15 Januari 1943 af het papierverbruik der gemeenten te contingenteeren. Als beheerder van het contingent, dat aan de gemeente Amsterdam is toegewezen, is door het voor de contingenteering door genoemde vereeniging opgerichte bureau de Directeur der Stadsdrukkerij aangewezen.
Laatstgenoemde heeft mij medegedeeld, dat het noodzakelijk is het papierverbruik tot 45 % van het verbruik over 1942 te beperken, ten einde Amsterdam binnen het haar toegewezen contingent te doen blijven.
Ik draag U derhalve op er zorg voor te dragen, dat van 15 Januari 1943 af het papierverbruik van Uw administratie beperkt wordt tot 45 % van het verbruik over 1942, en de maatregelen te treffen, die noodig zullen zijn om Uw administratie aan dezen toestand aan te passen.
Ik noodig U uit, mij ten spoedigste te doen weten, op welke wijze U zich voorstelt deze door de contingenteering gedwongen beperking te bereiken. Beperking zal onder meer verkregen kunnen worden door het combineeren van verschillende formulieren tot één, door het verrichten van periodieke administratieve handelingen met grooter tusschenpoozen dan tot dusver, door verdere inkrimping en vereenvoudiging der modellen, door vermindering der oplagen of door sommige handelingen, waarvoor papier noodig is, te doen vervangen door handelingen, waarbij geen papier benoodigd is, dan wel door het doen vervallen van sommige schrifturen of drukwerken.
Den Directeur der Stadsdrukkerij heb ik opgedragen, toe te zien, dat het aan de gemeente Amsterdam toegewezen en onder zijn beheer gestelde contingent niet wordt overschreden en daartoe de contingenten der diensten, bedrijven en administratiën afzonderlijk vast te stellen. Zoo spoedig mogelijk zal hij U mededeeling doen hoeveel kilogrammen papier voor Uw dienst, bedrijf of administratie beschikbaar is. Voorloopig zult U niet meer exemplaren van diverse drukwerken en blanco papier kunnen bestellen dan 45 % van het vorig jaar, tenzij U de noodzakelijke besparing kunt bereiken door inkrimping van het formaat of door combineeren van verschillende formulieren tot één.
De Burgemeester van Amsterdam,
(Handtekening: Voûte)
Aan
Heeren Hoofden van Diensten,
Bedrijven en Administratiën.
Stadsdrukkerij Amsterdam 2307-1-43-150 * Kernboodschap: Vanwege een nijpend tekort aan papier (beheerd door het Rijksbureau voor Papier) moet de gemeente Amsterdam haar papierverbruik drastisch beperken tot slechts 45% van het verbruik van het voorgaande jaar (1942).
* Handhaving: De Directeur van de Stadsdrukkerij krijgt de rol van controleur en 'contingentbeheerder'. Hij stelt per dienst vast hoeveel kilogram papier er nog gebruikt mag worden.
* Voorgestelde maatregelen:
* Samenvoegen van formulieren.
* Verlagen van de frequentie van administratieve handelingen.
* Versimpelen van modellen en kleinere oplagen.
* Digitalisering avant la lettre (vervangen van papier door handelingen zonder papier).
* Het volledig afschaffen van bepaalde drukwerken. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De schaarste aan grondstoffen werd in 1943 kritiek. Papier was een essentieel product voor zowel de bureaucratie van de bezetter als de lokale overheid, maar door brandstoftekorten en het wegvallen van import was de productie minimaal.
De ondertekenaar, Edward Voûte, was de door de Duitsers aangestelde burgemeester van Amsterdam (een regeringscommissaris). Hoewel het document een puur administratief karakter heeft, weerspiegelt het de "distributie-economie" van de oorlogstijd, waarbij elk aspect van het openbare leven onderworpen was aan strenge contingentering (rantsoenering). De archaïsche spelling (zoals vereeniging en noodig) is kenmerkend voor de officiële taal van die tijd.