Ambtelijk rapport/proces-verbaal.
Origineel
Ambtelijk rapport/proces-verbaal. 4 oktober 1943. No. 33/10/1 M. 1943
3/5
Rapport
Op maandag 4 Oct '43 had de Koopman Overkamp op de Noordermarkt een plaats ingenomen met oude lappen e.d. zonder in bezit te zijn van een textielvergunning. Ik heb het Rijksbureau textiel Nieuwmarkt hiermede in kennis gesteld, dat mij verwees naar de Inspectie Textiel J.W. Brouwersplein alhier. Dezer Inspecteurs R. Brinkman en J.C. Tielenius Kruythoff van laatstgenoemd Bureau hebben een onderzoek ingesteld. Naar aanleiding van een verklaring van den Koopman Overkamp heeft de Inspecteur Tielenius Kruythoff op het marktkantoor Noordermarkt een telefonisch en uitgebreid gesprek gevoerd met den Duitschen gevolmachtigde, bij de "Reichsbüro für alte Materialien und Abfallstoffen" te den Haag.
Genoemde instantie heeft medegedeeld dat Overkamp inderdaad een onderhoud heeft gehad met den gevolmachtigde. Overkamp mocht een kansvordering genieten; hij moet dan voortaan zijn opgehaalde kleuren en lompen inleveren bij de Fa. Raaij, Damrak, alhier. Ik heb daarna Overkamp gelast de oude lappen, waarvoor hij geen textielvergunning had in te pakken en van de markt te verwijderen, waaraan hij voldeed.
De Koopvrouw J. v.d. Moot en nog eenige personen die zonder textielvergunning op de markt stonden heb ik laten inpakken.
Amsterdam, 4 October '43
[Handtekening]
Marginale notities:
Opbergen / Directeur
besp. met ...
3-11-43
15-10-43
20-10-43 Het document is een rapportage van een marktmeester of opsporingsambtenaar betreffende de handhaving van de textieldistributie tijdens de Duitse bezetting. De kern van de zaak is de illegale verkoop (zonder vergunning) van "oude lappen" op de Noordermarkt door een zekere koopman Overkamp.
Opvallend is de bureaucratische weg die wordt bewandeld: van de lokale marktmeester naar het Rijksbureau Textiel, naar de Inspectie Textiel, om uiteindelijk uit te komen bij een Duitse instantie in Den Haag. De uitkomst is een compromis: Overkamp krijgt een "kansvordering" (een voorlopige ontheffing of toezegging), mits hij zijn goederen levert aan een aangewezen firma (Fa. Raaij aan het Damrak). Dit duidt op de strakke centrale regie over grondstoffen en afvalmaterialen die noodzakelijk waren voor de (Duitse) oorlogseconomie. Andere kooplieden, zoals J. v.d. Moot, hadden minder geluk en werden direct gesommeerd hun handel te staken. In 1943 was de schaarste in bezet Nederland groot. Textiel was al vroeg in de oorlog op de bon gegaan. Oude lappen en lompen waren geen waardeloos afval, maar belangrijke grondstoffen voor de recyclingindustrie (bijvoorbeeld voor de productie van 'shoddy' of kunstwol).
De genoemde instantie, het Reichsbüro für alte Materialien und Abfallstoffen, was een Duits controleorgaan dat toezag op de inzameling van schroot, papier en textiel ten behoeve van de Duitse oorlogsindustrie. De strikte handhaving op de Noordermarkt, zoals beschreven in dit rapport, illustreert hoe zelfs de handel in oude lompen door de bezetter werd gereguleerd om te voorkomen dat grondstoffen aan de officiële kanalen (en dus aan de Duitse industrie) werden onttrokken. De Fa. Raaij fungeerde hierbij waarschijnlijk als een officieel erkend inzamelpunt of tussenhandelaar. J. v.d. Moot J.C. Tielenius J.W. Brouwersplein Overkamp (Koopman) Overkamp heeft (Koopman) Overkamp op (Koopman) R. Brinkman Tielenius Kruythoff (Inspecteur) Rijksbureau