Archief 745
Inventaris 745-409
Pagina 63
Dossier 100
Jaar 1943
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag of kopie) met handgeschreven kanttekeningen.

9 juli 1943. Van: Vischverdeeling Amsterdam (waarschijnlijk een functionaris van de Dienst Marktwezen).

Origineel

Getypte brief (doorslag of kopie) met handgeschreven kanttekeningen. 9 juli 1943. Vischverdeeling Amsterdam (waarschijnlijk een functionaris van de Dienst Marktwezen). [Handgeschreven: verzonden 9/7 Jmr]
[Stempel: HB.]

46a/148/7 M.
1.
Vischverdeeling
Amsterdam.

9 Juli 1943.

den Heer Directeur der Nederlandsche Visscherijcentrale,
2e Adelheidstraat 300,
's-GRAVENHAGE.

Naar aanleiding van Uw brief d.d. 20 April jl. no. 10688/V/Ve., heb ik de eer U te berichten, dat de bijlage van Uw brief mij tot het maken van de volgende opmerkingen aanleiding heeft gegeven.

1. Aantal en soort van in de verdeeling te Amsterdam opgenomen kleinhandelaren.

Voor zoover mij bekend, zijn alle in de verdeeling opgenomen kleinhandelaren in het bezit van een door de Nederlandsche Visscherijcentrale uitgegeven voorloopige erkenning. Hiernaar wordt thans op den afslag nog een nauwkeurig onderzoek ingesteld. Vast staat evenwel, dat alle in de verdeeling opgenomen kleinhandelaren in de basisjaren visch hebben verhandeld, met uitzondering van enkele gevallen, die in opdracht van hoogerhand in de verdeeling moesten worden opgenomen. Het staat echter tevens vast, dat te Amsterdam buiten de in de verdeeling opgenomen handelaren nog vele personen zijn, die in het bezit zijn van een voorloopige erkenning der Centrale. Aan verzoeken van deze personen om in de verdeeling te worden opgenomen is niet voldaan, omdat deze naar het oordeel der Verdeelingscommissie in de basisjaren niet in den vischhandel werkzaam waren. Ik moge U in dit verband verwijzen naar Uw brief d.d. 30 October 1942 no. 27974/A/Ko., waarin U, in antwoord op een mijnerzijds gedaan verzoek toezegde, dat voortaan bij het verleenen van erkenningen overleg met den Dienst Marktwezen zal worden gepleegd.

Wat betreft de winkelbedrijven, comestibleszaken e.d. die visch als nevenartikel verhandelen, diene het volgende.

Het is mij bekend, dat momenteel allerlei bedrijfsgroepen zich bezighouden met de afbakening van het werkterrein van de in die groepen opgenomen vakgenooten.

Ook op het gebied van den vischhandel wordt, indien ik juist ben ingelicht, reeds geruimen tijd door den Vakgroep kleinhandel bestudeerd het opstellen van richtlijnen tot een saneering van den visch-kleinhandel. Ik merk hierbij

[Einde pagina] * Onderwerp: De brief handelt over de regulering en sanering van de visdetailhandel in Amsterdam tijdens de bezettingsjaren. Er wordt gesproken over wie wel en niet in aanmerking komt voor de "verdeeling" (distributie) van vis.
* Kernpunten:
1. Erkenningen: Er is onduidelijkheid over handelaren die wel een erkenning van de Centrale hebben, maar door de Amsterdamse commissie worden geweigerd omdat zij in de "basisjaren" (waarschijnlijk 1938-1939) niet actief waren.
2. Inmenging: De schrijver meldt dat sommige handelaren "in opdracht van hoogerhand" (de Duitse bezetter of collaborerende instanties) moesten worden toegelaten, ook als zij niet aan de eisen voldeden.
3. Sanering: Er is sprake van een actieve poging om de sector te "saneren" (inkrimpen/stroomlijnen), waarbij de Vakgroep kleinhandel richtlijnen opstelt.
* Toon: Formeel-ambtelijk en enigszins defensief ten aanzien van de eigen bevoegdheden (Dienst Marktwezen) versus de landelijke Centrale. Dit document stamt uit juli 1943, een periode waarin Nederland volledig bezet was door nazi-Duitsland. De voedselvoorziening was strikt gereguleerd via een distributiesysteem. De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) was een zogenaamd 'publiekrechtelijk bedrijfslichaam' dat onder toezicht stond van de bezetter.

De term "saneering" in deze context is beladen; het duidt vaak op het saneren van "onvolwaardige" bedrijven, maar in de context van de bezetting werd dit ook vaak gebruikt om Joodse ondernemers uit te sluiten of om de economie volledig in dienst te stellen van de Duitse oorlogsmachine. De verwijzing naar "basisjaren" diende om de markt te bevriezen en nieuwkomers (behalve die met politieke steun, de zgn. "hoogerhand") te weren.

Samenvatting

  • Onderwerp: De brief handelt over de regulering en sanering van de visdetailhandel in Amsterdam tijdens de bezettingsjaren. Er wordt gesproken over wie wel en niet in aanmerking komt voor de "verdeeling" (distributie) van vis.
  • Kernpunten:
    1. Erkenningen: Er is onduidelijkheid over handelaren die wel een erkenning van de Centrale hebben, maar door de Amsterdamse commissie worden geweigerd omdat zij in de "basisjaren" (waarschijnlijk 1938-1939) niet actief waren.
    2. Inmenging: De schrijver meldt dat sommige handelaren "in opdracht van hoogerhand" (de Duitse bezetter of collaborerende instanties) moesten worden toegelaten, ook als zij niet aan de eisen voldeden.
    3. Sanering: Er is sprake van een actieve poging om de sector te "saneren" (inkrimpen/stroomlijnen), waarbij de Vakgroep kleinhandel richtlijnen opstelt.
  • Toon: Formeel-ambtelijk en enigszins defensief ten aanzien van de eigen bevoegdheden (Dienst Marktwezen) versus de landelijke Centrale.

Historische Context

Dit document stamt uit juli 1943, een periode waarin Nederland volledig bezet was door nazi-Duitsland. De voedselvoorziening was strikt gereguleerd via een distributiesysteem. De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) was een zogenaamd 'publiekrechtelijk bedrijfslichaam' dat onder toezicht stond van de bezetter.

De term "saneering" in deze context is beladen; het duidt vaak op het saneren van "onvolwaardige" bedrijven, maar in de context van de bezetting werd dit ook vaak gebruikt om Joodse ondernemers uit te sluiten of om de economie volledig in dienst te stellen van de Duitse oorlogsmachine. De verwijzing naar "basisjaren" diende om de markt te bevriezen en nieuwkomers (behalve die met politieke steun, de zgn. "hoogerhand") te weren.

Kooplieden in dit dossier 1

Stuks schoon ontvangen . . . . .

Gerelateerde Documenten 6