Archief 745
Inventaris 745-409
Pagina 237
Jaar 1943
Stadsarchief

Ambtelijke correspondentie / geleidebrief.

Origineel

Ambtelijke correspondentie / geleidebrief. [Rechtsboven:]
A’dam, 26/5 1943

[Middenboven:]
H.C. Politie
H.C. Econom. Politie
Hoofdbureau

[In rood:] A/193/3
[In rood:] 46
[In paars potlood:] Spoed

[In de linkermarge, verticaal geschreven:]
L. Schenkpenning v d visverkoper

[Hoofdtekst:]
In bijlage dezes
doe ik U een mij door
den heer W.L.M. in
handen gesteld stuk toe-
komen, houdende een
klacht over den visch-
verkoop v. den winkelier
Mooyer (Punt) Fred.
Hendrikstr. met verzoek ter zake L

[Doorgehaald:] ~~Ingevolge de wensch, dat~~
ter zake een strenge controle
wordt gehouden. Waar ik
[Doorgehaald:] ~~momenteel~~ niet over [Ingevoegd boven doorhaling:] voldoende
[Doorgehaald:] ~~vakkundig~~
vakkundig personeel beschik, ver-
zoek ik U de behandeling
hiervan te willen overnemen.

[Onderaan:]
[Paraaf] * Schrift: Het document is geschreven in een vlot, enigszins cursief ambtenarenhandschrift uit de eerste helft van de 20e eeuw. De tekst bevat verschillende correcties ter plaatse (doorhalingen), wat wijst op een concept dat direct als definitieve brief is verzonden of een haastig opgestelde interne memo.
* Taalgebruik: Formeel Nederlands met archaïsche naamvallen ("In bijlage dezes", "den heer", "den vischverkoop"). De afkorting "H.C." staat voor Hoofdcommissariaat.
* Structuur: De brief is helder gestructureerd: aanhef (instelling), aanleiding (klacht ontvangen via een tussenpersoon), de kern van de klacht (onregelmatigheden bij visverkoop door winkelier Mooyer) en het verzoek (overdracht van het onderzoek wegens personeelsgebrek).
* Bijzonderheden: De rode nummers en de paarse aantekening "Spoed" duiden op de administratieve verwerking binnen het politieapparaat. De verticale kanttekening lijkt een naam of trefwoord te zijn voor snelle archivering/terugvinden. Dit document stamt uit mei 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De Economische Politie speelde in deze periode een cruciale rol bij het handhaven van de distributiewetten en het bestrijden van de zwarte handel.

De klacht betreft een visverkoper genaamd Mooyer, gevestigd aan de Fred. Hendrikstraat in Amsterdam. In een tijd van schaarste en strenge rantsoenering waren klachten over de verkoop van levensmiddelen (zoals vis) zeer gevoelig. Het feit dat de brief als "Spoed" is aangemerkt en dat er wordt gevraagd om "strenge controle", wijst erop dat men vermoedde dat er regels werden overtreden (bijvoorbeeld prijsopdrijving of verkoop buiten de bonnen om).

Opvallend is de bekentenis van de opsteller dat hij niet over "voldoende vakkundig personeel" beschikt om de zaak zelf af te handelen. Dit kan duiden op de enorme werklast van de Economische Politie in oorlogstijd, of op een gebrek aan vertrouwenswaardig personeel tijdens de bezetting. De zaak wordt hierdoor overgedragen aan een andere afdeling of een hogere instantie binnen het hoofdbureau. H.C. Econom H.C. Politie L. Schenkpenning Hoofdbureau Politie

Samenvatting

  • Schrift: Het document is geschreven in een vlot, enigszins cursief ambtenarenhandschrift uit de eerste helft van de 20e eeuw. De tekst bevat verschillende correcties ter plaatse (doorhalingen), wat wijst op een concept dat direct als definitieve brief is verzonden of een haastig opgestelde interne memo.
  • Taalgebruik: Formeel Nederlands met archaïsche naamvallen ("In bijlage dezes", "den heer", "den vischverkoop"). De afkorting "H.C." staat voor Hoofdcommissariaat.
  • Structuur: De brief is helder gestructureerd: aanhef (instelling), aanleiding (klacht ontvangen via een tussenpersoon), de kern van de klacht (onregelmatigheden bij visverkoop door winkelier Mooyer) en het verzoek (overdracht van het onderzoek wegens personeelsgebrek).
  • Bijzonderheden: De rode nummers en de paarse aantekening "Spoed" duiden op de administratieve verwerking binnen het politieapparaat. De verticale kanttekening lijkt een naam of trefwoord te zijn voor snelle archivering/terugvinden.

Historische Context

Dit document stamt uit mei 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De Economische Politie speelde in deze periode een cruciale rol bij het handhaven van de distributiewetten en het bestrijden van de zwarte handel.

De klacht betreft een visverkoper genaamd Mooyer, gevestigd aan de Fred. Hendrikstraat in Amsterdam. In een tijd van schaarste en strenge rantsoenering waren klachten over de verkoop van levensmiddelen (zoals vis) zeer gevoelig. Het feit dat de brief als "Spoed" is aangemerkt en dat er wordt gevraagd om "strenge controle", wijst erop dat men vermoedde dat er regels werden overtreden (bijvoorbeeld prijsopdrijving of verkoop buiten de bonnen om).

Opvallend is de bekentenis van de opsteller dat hij niet over "voldoende vakkundig personeel" beschikt om de zaak zelf af te handelen. Dit kan duiden op de enorme werklast van de Economische Politie in oorlogstijd, of op een gebrek aan vertrouwenswaardig personeel tijdens de bezetting. De zaak wordt hierdoor overgedragen aan een andere afdeling of een hogere instantie binnen het hoofdbureau.

Genoemde Personen 3

Locaties

Amsterdam.

Producten

Kruidenier (Droog): Meel Olie & Techniek: Lood Olie & Techniek: Olie Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vis & Zee: Visch

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Hoofdbureau Politie

Kooplieden in dit dossier 1

Stuks schoon ontvangen . . . . .

Gerelateerde Documenten 6