Brief (verzoekschrift), handgeschreven op gelinieerd papier.
Origineel
Brief (verzoekschrift), handgeschreven op gelinieerd papier. 12 mei 1943. H. Koelewijn, wonende aan de 1e Sweelinckstraat 20 I, Amsterdam. De Inspecteur van het Marktwezen te Amsterdam. [Links bovenaan, in paarse inkt gestempeld/geschreven:]
No. 16/181/1 M. 1943 13/5
Amsterdam. 12 Mei. 1943.
Aan Den Heer.
Inspecteur v/h Marktwezen.
alhier
[Rechtsboven, diagonaal geschreven aantekening:]
mi. Insp.
vergadering
van middag
13/5
Mijnheer.
Wilt u als nog mij op de lijstplaatsen van
Zeevis en Zoetwater Vis. Daar ik van af 1910.
in deze handel mijn brood verdient heeft.
Zonder nooit Maatschappelijk Steun nodig gehad.
heeft. dus 33 jaar er mijn bestaan in gevonden
heeft. in allesoorten Vis. En nu alleen op een
beetje Gerookte Vis bent aangewezen..
En verzoek u beleefd een goede uitspraak. s v p.
Ik zal u enkele namen noemen die u het bewijzen kunnen
Den Heer Jongbloed.
D. Gooijer
A. Sijmonsbergen.
H. Boor.
A. Kerkmeester.
J. Boor.
T. Lootjes.
H. Beijnen.
enz. enz.
Hoogachtend.
H. Koelewijn
1e Sweelinckstraat 20 I
alhier.
[Linksonder, diagonaal over de tekst geschreven:]
afgewezen
[paraaf] In deze brief verzoekt H. Koelewijn de Inspecteur van het Marktwezen in Amsterdam om hem weer toe te laten tot de handel in zeevis en zoetwatervis ("op de lijstplaatsen"). De schrijver voert als voornaamste argument aan dat hij reeds 33 jaar (sinds 1910) werkzaam is in deze branche en gedurende die tijd altijd financieel onafhankelijk is gebleven, zonder ooit aanspraak te maken op maatschappelijke steun (bedeling). Hij benadrukt dat hij momenteel gedwongen is enkel een kleine hoeveelheid gerookte vis te verkopen, wat blijkbaar onvoldoende is voor zijn levensonderhoud.
Om zijn betrouwbaarheid en ervaring aan te tonen, levert hij een lijst met acht namen van personen aan die als getuigen kunnen fungeren. De taal van de brief vertoont diverse grammaticale onjuistheden (zoals "verdient heeft" in plaats van "verdiend heb" en "bent aangewezen" in plaats van "ben aangewezen"), wat wijst op een schrijver met een beperkte formele opleiding.
Uit de ambtelijke aantekeningen blijkt dat het verzoek snel is behandeld: de notitie rechtsboven suggereert dat het verzoek op de dag van ontvangst (13 mei) in een vergadering is besproken. De forse diagonale tekst linksonder ("afgewezen") maakt duidelijk dat het verzoek niet werd gehonoreerd. De brief is geschreven in mei 1943, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze oorlogsjaren was de handel in levensmiddelen, waaronder vis, onderworpen aan zeer strikte regels en distributiebeperkingen. Marktplaatsen en vergunningen werden schaars en de overheid controleerde nauwgezet wie wat mocht verkopen.
De opmerking van Koelewijn dat hij nooit "Maatschappelijk Steun" nodig heeft gehad, was in die tijd een cruciaal argument; het onderstreepte zijn status als een eerzame, zelfstandige burger die zijn eigen broek op kon houden. De afwijzing van zijn verzoek illustreert de economische malaise en de verstikking van de kleine handel tijdens de latere oorlogsjaren, waarbij het marktwezen vaak geen ruimte meer bood voor uitbreiding van handelsrechten. A. Kerkmeester A. Sijmonsbergen D. Gooijer H. Beijnen H. Boor H. Koelewijn J. Boor T. Lootjes Marktwezen