Afschrift van een ambtelijk rapport.
Origineel
Afschrift van een ambtelijk rapport. 5 mei 1943. H. van Duinhoven (Bureauchef), namens de Directeur van het Marktwezen. Den Heer Directeur van het Marktwezen. R=A=P=P=O=R=T. vD/RP.
Amsterdam, 5 Mei 1943.
A f s c h r i f t
=================
No.46c/24/1 M 1943 11/5
Den Heer Directeur van het
Marktwezen.
/zijnde Mede belast met de bokking-distributie op de Vischmarkt
is mij het volgende gebleken.
De vier heeren Sterkenburg,
namelijk: C.Sterkenburg, Schoolstraat 20A Hilversum
F.Sterkenburg Jr. Goudsbloemstr 44 II A'dam
F.Sterkenburg Sr. Goudsbloemstr 44 II A'dam
W.Sterkenburg, Veerstraat 33 Hilversum
hebben op den eersten uitgifte-dag, namelijk op 21 April
jl. ieder ontvangen 1200 bokkingen. Daarna zijn zij niet meer
teruggeweest, terwijl zij ieder voor hun deel 3000 bokkingen
moesten distribueeren. Zij hebben zich dus voor dit gedeelte
reeds aan hun taak als distribuant onttrokken. Zij beroepen
zich erop, dat zij aal moesten rooken, doch dit excuus is
zeer aanvechtbaar, aangezien ook de andere vischhandelaren
hun normale zaken moesten doen.
Daarbij komt echter nog, dat zij op Zaterdagmiddag 24
April kwamen aangeven, dat zij van de in totaal 4800 bokkin-
gen er nog 800 over hadden, welke zij zonder bon wilden ver-
koopen. Dit is onbegrijpelijk, aangezien de bokkingen den
eersten dag door het publiek zeer graag werden gekocht.
Het ergste is echter nog, dat zij thans een afkeurings-
briefje van een keurmeester overleggen, waaruit blijkt, dat
deze van hen 400 bokkingen op 24 April jl. heeft afgekeurd.
Dit is geen wonder, indien men bedenkt, dat zij de bokkingen
vier dagen hebben vastgehouden! Zij vragen restitutie voor
400 bokkingen!
Ten slotte blijkt uit het ontvangstbewijs van den Dis-
tributiedienst van de ingeleverde bonnen, dat zij in totaal
slechts 1936 rantsoenen hebben ingeleverd, dus 3872 bokkin-
gen. 800 hebben zij op 24 April aangegeven "zonder bon"; is
dus totaal 4672, zoodat zij nog 128 bokkingen = 64 rantsoe-
nen te kort komen.
Ik geef U in overweging den Heer Wethouder voor de Le-
vensmiddelen voor te stellen de 4 heeren Sterkenburg voor
onbepaalden tijd van de vischverdeeling te doen uitsluiten.
Voor eensluidend afschrift De Bureauchef,
De Directeur van het Marktwezen,
w.g. H.van Duinhoven. Dit rapport beschrijft ernstige plichtsverzuim en onregelmatigheden door vier vishandelaren van de familie Sterkenburg tijdens de distributie van bokking (gerookte haring) in april 1943. De hoofdzaken in de aanklacht zijn:
- Verzuim van distributieplicht: De handelaren haalden slechts een deel van hun toegewezen voorraad op (1200 van de 3000 stuks elk) en kwamen daarna niet meer opdagen.
- Poging tot illegale verkoop: Ze probeerden 800 bokkingen "zonder bon" (buiten het distributiesysteem om) te verkopen, wat in oorlogstijd een ernstig economisch delict was.
- Nalatigheid en bederf: Door de vis vier dagen vast te houden, raakte een deel (400 stuks) bedorven. Ondanks deze eigen nalatigheid vroegen zij de overheid om restitutie (vergoeding).
- Administratief tekort: Er is een onverklaarbaar tekort van 128 bokkingen (64 rantsoenen) in hun administratie ten opzichte van de ingeleverde distributiebonnen.
De rapporteur adviseert de wethouder om de vier heren permanent uit te sluiten van toekomstige visdistributie. Het document dateert uit mei 1943, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode heerste er grote schaarste en was bijna al het voedsel strikt gerantsoeneerd via de Distributiedienst.
Bokking was een belangrijke bron van eiwitten voor de bevolking. De "Vischmarkt" in Amsterdam viel onder het toezicht van de gemeentelijke dienst Marktwezen. Ambtenaren hielden streng toezicht op handelaren om zwarte handel te voorkomen en te zorgen dat de schaarse goederen eerlijk verdeeld werden via het bonnensysteem.
De toon van het rapport is strikt en verontwaardigd, wat past bij de ernst van het vergrijp: in een tijd van honger en schaarste werd het laten bederven van voedsel of het onttrekken van goederen aan het distributiesysteem gezien als een misdaad tegen de gemeenschap. De namen van de betrokkenen en hun adressen in Amsterdam en Hilversum worden specifiek vermeld voor administratieve en mogelijke strafrechtelijke opvolging.