Archief 745
Inventaris 745-413
Pagina 119
Dossier 68
Jaar 1943
Stadsarchief

Officiële kennisgeving / Bekendmaking.

Van: De waarnemend Directeur van het Gewestelijk Arbeidsbureau, J.J. Sieburgh, in opdracht van het Gemeentebestuur.

Origineel

Officiële kennisgeving / Bekendmaking. De waarnemend Directeur van het Gewestelijk Arbeidsbureau, J.J. Sieburgh, in opdracht van het Gemeentebestuur. [Rechtsboven, getypt:]
VD/SV

[Centraal boven, getypt:]
K E N N I S G E V I N G .
======================

[Hoofdtekst, getypt in kapitalen:]
IN OPDRACHT VAN HET GEMEENTEBESTUUR BRENG IK TER
KENNIS VAN DEN HANDEL, DAT DEGENEN, DIE ZICH SCHULDIG HEBBEN
GEMAAKT AAN ORDEVERSTORING OF DIEFSTAL OP DE CENTRALE MARKT
DOOR HET GEMEENTEBESTUUR ZULLEN WORDEN OPGEGEVEN AAN DEN
DIRECTEUR VAN HET GEWESTELIJK ARBEIDSBUREAU, TENEINDE GEDURENDE
DEN STRAFTIJD IN DEN ARBEIDSINZET TE WORDEN OPGENOMEN.

[Linksonder, handgeschreven in blauwe/zwarte inkt:]
5 en 6. M.
20/1 ’43

[Rechtsonder, getypt:]
De Directeur,
wnd.

J.J.SIEBURGH. Dit document is een repressieve maatregel van het openbaar bestuur tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De kern van de boodschap is een dreigement: wie zich op de Centrale Markt (waarschijnlijk die van Amsterdam) schuldig maakt aan diefstal of het verstoren van de orde, wordt niet enkel strafrechtelijk vervolgd, maar direct overgedragen aan het Gewestelijk Arbeidsbureau (GAB).

De consequentie hiervan is dat de "straftijd" niet in een reguliere Nederlandse gevangenis wordt uitgezeten onder normale omstandigheden, maar dat de delinquent direct wordt ingezet in de Arbeidsinzet. Dit betekende in de praktijk vaak gedwongen tewerkstelling in Duitsland of voor de Duitse oorlogsindustrie.

De tekst is formeel en gebiedend van toon ("BRENG IK TER KENNIS VAN DEN HANDEL"). Het gebruik van kleine vergrijpen op de markt (die vaak voortkwamen uit voedselschaarste of zwarthandel) als voorwendsel voor de Arbeidsinzet was een bekende methode van de bezetter en collaborerende instanties om aan de groeiende vraag naar dwangarbeiders te voldoen. In januari 1943 was de druk op de Nederlandse bevolking om in Duitsland te gaan werken sterk toegenomen. De term Arbeidsinzet (Arbeitseinsatz) werd vanaf 1942 de officiële aanduiding voor de verplichte tewerkstelling.

Het Gewestelijk Arbeidsbureau (GAB) speelde hierin een cruciale en controversiële rol. Hoewel het een Nederlandse instelling was, stond het onder strikt toezicht van de Duitse bezetter (de Fachberater). Directeuren van de GAB's stonden vaak voor het dilemma: meewerken aan de uitzending van landgenoten of ontslagen/vervangen worden door NSB-ers.

De Centrale Markt was in oorlogstijd een brandpunt van spanningen. Door de schaarste was er veel controle, maar ook veel diefstal en clandestiene handel. Door dergelijke overtredingen direct te koppelen aan de Arbeidsinzet, hoopte het bestuur zowel de orde op de markt te handhaven als te voldoen aan de Duitse quota voor arbeiders. J.J. Sieburgh, de ondertekenaar, was een functionaris binnen het Amsterdamse apparaat dat verantwoordelijk was voor deze uitvoering.

Samenvatting

Dit document is een repressieve maatregel van het openbaar bestuur tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De kern van de boodschap is een dreigement: wie zich op de Centrale Markt (waarschijnlijk die van Amsterdam) schuldig maakt aan diefstal of het verstoren van de orde, wordt niet enkel strafrechtelijk vervolgd, maar direct overgedragen aan het Gewestelijk Arbeidsbureau (GAB).

De consequentie hiervan is dat de "straftijd" niet in een reguliere Nederlandse gevangenis wordt uitgezeten onder normale omstandigheden, maar dat de delinquent direct wordt ingezet in de Arbeidsinzet. Dit betekende in de praktijk vaak gedwongen tewerkstelling in Duitsland of voor de Duitse oorlogsindustrie.

De tekst is formeel en gebiedend van toon ("BRENG IK TER KENNIS VAN DEN HANDEL"). Het gebruik van kleine vergrijpen op de markt (die vaak voortkwamen uit voedselschaarste of zwarthandel) als voorwendsel voor de Arbeidsinzet was een bekende methode van de bezetter en collaborerende instanties om aan de groeiende vraag naar dwangarbeiders te voldoen.

Historische Context

In januari 1943 was de druk op de Nederlandse bevolking om in Duitsland te gaan werken sterk toegenomen. De term Arbeidsinzet (Arbeitseinsatz) werd vanaf 1942 de officiële aanduiding voor de verplichte tewerkstelling.

Het Gewestelijk Arbeidsbureau (GAB) speelde hierin een cruciale en controversiële rol. Hoewel het een Nederlandse instelling was, stond het onder strikt toezicht van de Duitse bezetter (de Fachberater). Directeuren van de GAB's stonden vaak voor het dilemma: meewerken aan de uitzending van landgenoten of ontslagen/vervangen worden door NSB-ers.

De Centrale Markt was in oorlogstijd een brandpunt van spanningen. Door de schaarste was er veel controle, maar ook veel diefstal en clandestiene handel. Door dergelijke overtredingen direct te koppelen aan de Arbeidsinzet, hoopte het bestuur zowel de orde op de markt te handhaven als te voldoen aan de Duitse quota voor arbeiders. J.J. Sieburgh, de ondertekenaar, was een functionaris binnen het Amsterdamse apparaat dat verantwoordelijk was voor deze uitvoering.

Kooplieden in dit dossier 4

Hors Makreel
Hors Makreel
Hors Makreel
[?] Dekker 2.515

Gerelateerde Documenten 5