Handgeschreven ambtelijke notitie/verslag.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie/verslag. 6 en 7 september 1943 (afgeleid uit de datering onderaan). J. v. H. Poor beweren de
20 pond schol niet achter-
gehouden te hebben, doch
deze konden niet in de bak
van de kleine vischkist.
Zij hebben ze daarom
apart in een lade ge-
borgen; doch hadden
niet de bedoeling ze achter
te ~~houden~~ houden.
~~Heeft nu~~ Is 65 jaar en heeft
nog nimmer de minste
bedrogen in de 53 jaar dat
hij aan de markt komt.
opl.
Besproken met Dir. op 6/9 43
Acc. opheffing voorloopige
schorsing per 7/9. Afgevaard.
weer met ernstige waarschuwing
[v. L.] * Onderwerp: Het document betreft een verweer van een markthandelaar (mogelijk genaamd J. van H. Poor of Poort) tegen een beschuldiging van fraude of diefstal ("achterhouden").
* Casus: Er is 20 pond schol (vis) aangetroffen die niet op de reguliere plek lag. De betrokkene voert aan dat de vis simpelweg niet in de bak van zijn kleine viskist paste en daarom in een lade was opgeborgen zonder kwade opzet.
* Verzachtende omstandigheden: Er wordt expliciet verwezen naar de leeftijd (65 jaar) en de lange, onbesproken staat van dienst van de man (53 jaar op de markt), wat duidt op een beroep op zijn integriteit en karakter.
* Besluitvorming: Na overleg met de directeur op 6 september 1943 is besloten de voorlopige schorsing op te heffen per 7 september. De handelaar mocht zijn werk hervatten, maar wel met een "ernstige waarschuwing". Dit document is opgesteld tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog (1943). In deze periode was er sprake van schaarste en strikte distributieregels. Het "achterhouden" van handel (zoals 20 pond schol) werd in die context zeer hoog opgenomen, omdat dit kon wijzen op handel op de zwarte markt.
De notitie geeft een inkijkje in de tuchtrechtspraak binnen de markorganisatie van een Nederlandse stad (mogelijk Den Haag of Amsterdam, gezien de schrijfstijl en bureaucratische afhandeling). De nadruk op de 53-jarige loopbaan van de man toont aan dat persoonlijke reputatie en anciënniteit zwaar wogen bij het beoordelen van dergelijke incidenten, zelfs in een tijd van strikte controle.