Officiële brief (doorslag of kopie).
Origineel
Officiële brief (doorslag of kopie). 13 november 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten, Amsterdam). Den Heer J. Cassutto, Weesperzijde 107, Amsterdam-Oost (Wijk 11). Lex. M. de Haas.
VP/HG. extra
27/120/2 M.
13 November 1939.
den Heer J. Cassutto,
Weesperzijde 107,
Amsterdam-Oost.
Wijk 11.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 2 dezer bericht ik
U, dat Uw verzoek om U toe te staan tijdelijk geen plaats
op de markt Ten Katestraat te bezetten, niet voor inwilliging
in aanmerking kan komen. Indien U voortaan niet regelmatig
een plaats op de bedoelde markt inneemt, zal de U verleende
voorkeurskaart worden ingetrokken, zulks op grond van de
desbetreffende bepalingen van het Reglement op de Markten.
De Directeur, Deze brief is een formele afwijzing van een verzoek van een marktkoopman. De heer J. Cassutto had gevraagd of hij tijdelijk zijn standplaats op de Ten Katemarkt mocht onbezet laten. De directeur van de betreffende gemeentelijke dienst wijst dit verzoek resoluut af met een verwijzing naar het Reglement op de Markten.
De toon is bureaucratisch en streng. Het woord "niet" is onderstreept om de onverbiddelijkheid van de beslissing te benadrukken. Er wordt expliciet gedreigd met het intrekken van de "voorkeurskaart" (de marktvergunning) als Cassutto niet regelmatig op de markt verschijnt. Dit wijst erop dat de gemeente een actief marktbeleid voerde waarbij standplaatsen niet onbenut mochten blijven, waarschijnlijk om de levendigheid en het aanbod van de markt te waarborgen. De brief is gedateerd op 13 november 1939, kort na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog maar vóór de Duitse inval in Nederland (mei 1940). De Ten Katestraat is een bekende markt in Amsterdam-West.
De naam Cassutto duidt op een Sefardisch-Joodse achtergrond. In deze periode was een aanzienlijk deel van de Amsterdamse marktkooplui Joods. Hoewel de bezettingsmaatregelen nog niet van kracht waren, bevond de Joodse gemeenschap zich in een onzekere tijd. De weigering om een tijdelijke afwezigheid toe te staan, getuigt van een strikte handhaving van regels vlak voor een periode waarin het leven voor Joodse Amsterdammers door de bezetter onmogelijk zou worden gemaakt. Later in de oorlog werden Joodse kooplieden immers eerst verbannen naar speciale "Joodse markten" en uiteindelijk geheel van hun broodwinning beroofd. Deze brief documenteert een moment van 'normale' maar strenge gemeentelijke bureaucreatie aan de vooravond van die ingrijpende veranderingen. J. Cassutto M. de Haas