Brief / Verzoekschrift gericht aan de gemeente.
Origineel
Brief / Verzoekschrift gericht aan de gemeente. 12 april 1943 (met ambtelijke aantekeningen tot 20 april 1943). H. Wertheim. Directeur van het Marktwezen (Amsterdam). [Bovenaan de pagina, gestempeld en geschreven:]
No. 104/7/1 M. 1943 12/4 - 1943. 748
[Inhoud brief:]
Aan den Directeur van het Marktwezen
Wel Edele Heer.
Naar aanleiding van mijn schrijven
verzoek ik U. beleefd, mijn uitstel
te willen verlenen, daar mijn
man ziek is, en ik hem tijdens
zijn ziekte verplegen moet.
Hoogacht. H. Wertheim. Eemstr. 7 II (Z)
Standplaats. Joubertstr.
[Middelste sectie, mogelijk een andere hand:]
H. Wertheim, pl. 20 Joubertstraat.
damesconfectie.
[Ambtelijke kanttekeningen linksonder:]
Geen bezwaar
zie rapport Ch. Rem
marktambtenaar.
20-4-43
de Haan
[Ambtelijke kanttekeningen rechtsonder:]
advies
14-4-43
de Haan
[Helemaal rechtsonder:]
104 In dit schrijven verzoekt H. Wertheim de Directeur van het Marktwezen om uitstel. Hoewel de specifieke reden voor het uitstel (bijvoorbeeld voor het bezetten van een marktkraam of het betalen van staanplaatsrechten) niet expliciet wordt genoemd, is de aanleiding wel helder: de verzorging van haar zieke echtgenoot.
Uit de aanvullende gegevens blijkt dat zij een standplaats had in de Joubertstraat voor de verkoop van "damesconfectie". De ambtelijke aantekeningen onderaan tonen de bureaucratische gang van zaken: op 14 april wordt er een advies gegeven en op 20 april wordt er door marktambtenaar De Haan genoteerd dat er "geen bezwaar" is, verwijzend naar een rapport van een collega (Rem). Dit document dateert uit april 1943, een kritieke periode tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De afzender, H. Wertheim, draagt een Joodse achternaam en de genoemde locaties (Eemstraat en Joubertstraat) bevinden zich in de Transvaalbuurt in Amsterdam, een wijk waar in die tijd veel Joodse Amsterdammers woonden.
In 1943 was de Jodenvervolging in volle gang. Joodse marktkooplieden waren in deze periode al grotendeels beperkt tot specifieke "Joodse markten" of mochten hun beroep helemaal niet meer uitoefenen. De bureaucratische toon van het document contrasteert scherp met de grimmige realiteit van de grootschalige deportaties die op dat moment plaatsvonden. Dergelijke verzoeken om uitstel tonen de pogingen van burgers om hun dagelijks leven en broodwinning zo goed mogelijk voort te zetten onder extreme en dreigende omstandigheden. H. Wertheim Marktwezen
Samenvatting
In dit schrijven verzoekt H. Wertheim de Directeur van het Marktwezen om uitstel. Hoewel de specifieke reden voor het uitstel (bijvoorbeeld voor het bezetten van een marktkraam of het betalen van staanplaatsrechten) niet expliciet wordt genoemd, is de aanleiding wel helder: de verzorging van haar zieke echtgenoot.
Uit de aanvullende gegevens blijkt dat zij een standplaats had in de Joubertstraat voor de verkoop van "damesconfectie". De ambtelijke aantekeningen onderaan tonen de bureaucratische gang van zaken: op 14 april wordt er een advies gegeven en op 20 april wordt er door marktambtenaar De Haan genoteerd dat er "geen bezwaar" is, verwijzend naar een rapport van een collega (Rem).
Historische Context
Dit document dateert uit april 1943, een kritieke periode tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De afzender, H. Wertheim, draagt een Joodse achternaam en de genoemde locaties (Eemstraat en Joubertstraat) bevinden zich in de Transvaalbuurt in Amsterdam, een wijk waar in die tijd veel Joodse Amsterdammers woonden.
In 1943 was de Jodenvervolging in volle gang. Joodse marktkooplieden waren in deze periode al grotendeels beperkt tot specifieke "Joodse markten" of mochten hun beroep helemaal niet meer uitoefenen. De bureaucratische toon van het document contrasteert scherp met de grimmige realiteit van de grootschalige deportaties die op dat moment plaatsvonden. Dergelijke verzoeken om uitstel tonen de pogingen van burgers om hun dagelijks leven en broodwinning zo goed mogelijk voort te zetten onder extreme en dreigende omstandigheden.