Officiële bekendmaking/kennisgeving.
Origineel
Officiële bekendmaking/kennisgeving. 16 augustus 1943. No. 640.
Archief [handgeschreven, onderstreept]
No. 208/1/2 M. 1943 28/8
12 en adm. dep.
18/8-'43 by. [handgeschreven]
K E N N I S G E V I N G
De Burgemeester van Amsterdam brengt ter openbare kennis, dat hij besloten heeft zijn besluit van 8 Januari 1943 (Gemeenteblad 1943, afd. 3, volgn. 8) – waarbij o.a. het zandterrein aan het Minervaplein is aangewezen als tijdelijke hulpmarkt uitsluitend voor Joodsche verkoopers, Joodsche koopers en Joodsche bezoekers, met dien verstande, dat op die markt alleen groente en nader aan te wijzen levensmiddelen ter markt mogen worden gebracht – aan te vullen met de bepaling, dat aldaar thans ook textielwaren ter markt zullen mogen worden gebracht.
FR.
C.S. Stadhuis.
A'dam, 8-'43.
T [handgeschreven paraaf]
Amsterdam, 16 Augustus 1943.
De Burgemeester voornoemd,
(get.) Voûte.
de Gemeentesecretaris,
(get.) J.F. Franken,
108/1/2 [handgeschreven rechtsonder] Dit document is een officiële "kennisgeving" van de door de Duitse bezetter aangestelde burgemeester van Amsterdam, Edward Voûte. De tekst kondigt een wijziging aan in de regels voor de zogenaamde "Joodsche hulpmarkt" aan het Minervaplein.
In een eerder besluit (8 januari 1943) was dit terrein aangewezen als een gesegregeerde markt, uitsluitend toegankelijk voor Joodse handelaren en kopers. Aanvankelijk mochten er enkel groenten en specifieke levensmiddelen worden verkocht. Deze nieuwe kennisgeving van augustus 1943 breidt het assortiment uit: voortaan mogen er ook textielwaren worden verhandeld. De toon is zakelijk en bureaucratisch, wat de scherpe realiteit van de uitsluiting en isolatie van de Joodse bevolking in die periode maskeert onder het mom van gemeentelijke regelgeving. Tijdens de Tweede Wereldoorlog voerden de Duitse bezetters in Nederland stapsgewijs steeds strengere anti-Joodse maatregelen in. Een van deze maatregelen was de economische en sociale segregatie. Joden mochten op den duur niet meer op reguliere markten komen. Om hierin te "voorzien" en de Joodse bevolking verder te isoleren, werden er in Amsterdam drie specifieke "Joodse markten" ingericht: aan de Gaaspstraat, de Joubertstraat en — zoals in dit document vermeld — aan het Minervaplein.
Opmerkelijk is de datum van dit document: 16 augustus 1943. Tegen die tijd was het overgrote deel van de Joodse bevolking in Amsterdam al weggevoerd naar kamp Westerbork en vandaar naar de vernietigingskampen in het oosten. Dat de bureaucratie desondanks nog besluiten nam over de uitbreiding van het assortiment op deze markten, illustreert de nietsontziende doorgang van het ambtelijk apparaat tijdens de bezetting. Burgemeester Edward Voûte was een collaborateur die de verordeningen van de bezetter nauwgezet uitvoerde. C.S. Stadhuis E.J. Vo J.F. Franken Gemeente Amsterdam Stadhuis
Samenvatting
Dit document is een officiële "kennisgeving" van de door de Duitse bezetter aangestelde burgemeester van Amsterdam, Edward Voûte. De tekst kondigt een wijziging aan in de regels voor de zogenaamde "Joodsche hulpmarkt" aan het Minervaplein.
In een eerder besluit (8 januari 1943) was dit terrein aangewezen als een gesegregeerde markt, uitsluitend toegankelijk voor Joodse handelaren en kopers. Aanvankelijk mochten er enkel groenten en specifieke levensmiddelen worden verkocht. Deze nieuwe kennisgeving van augustus 1943 breidt het assortiment uit: voortaan mogen er ook textielwaren worden verhandeld. De toon is zakelijk en bureaucratisch, wat de scherpe realiteit van de uitsluiting en isolatie van de Joodse bevolking in die periode maskeert onder het mom van gemeentelijke regelgeving.
Historische Context
Tijdens de Tweede Wereldoorlog voerden de Duitse bezetters in Nederland stapsgewijs steeds strengere anti-Joodse maatregelen in. Een van deze maatregelen was de economische en sociale segregatie. Joden mochten op den duur niet meer op reguliere markten komen. Om hierin te "voorzien" en de Joodse bevolking verder te isoleren, werden er in Amsterdam drie specifieke "Joodse markten" ingericht: aan de Gaaspstraat, de Joubertstraat en — zoals in dit document vermeld — aan het Minervaplein.
Opmerkelijk is de datum van dit document: 16 augustus 1943. Tegen die tijd was het overgrote deel van de Joodse bevolking in Amsterdam al weggevoerd naar kamp Westerbork en vandaar naar de vernietigingskampen in het oosten. Dat de bureaucratie desondanks nog besluiten nam over de uitbreiding van het assortiment op deze markten, illustreert de nietsontziende doorgang van het ambtelijk apparaat tijdens de bezetting. Burgemeester Edward Voûte was een collaborateur die de verordeningen van de bezetter nauwgezet uitvoerde.