Officieel afschrift van een schrijven.
Origineel
Officieel afschrift van een schrijven. 24 februari 1944. Vereeniging van Nederlandsche Gemeenten (VNG), gevestigd aan de Paleisstraat 5 te 's-Gravenhage. No.133 L.M. -1944-
No. 235 G.B. 1944.
Afschrift
No 1/5/1
Vereeniging van Nederlandsche Gemeenten.
M. 1944 [stempel] [handgeschreven:] Marktu[?]
Aan den heer Burgemeester van Amsterdam.
's-Gravenhage, 24 Februari 1944.
No.384. Paleisstraat 5. Reg.No.727741.
Onderw. Vertegenwoordiging
gemeentelijke bedrijven in
de Bedrijfsorganisatie.
Bij schrijven van 30 September l.l. no.1811, mochten wij Uw aandacht vestigen op de circulaire van den Secretaris-Generaal van het Departement van Handel, Nijverheid en Scheepvaart d.d. 11 September 1943, No.48756 S. (opgenomen in de Officieele Bekendmakingen onder no. 12492, rubriek XIX. 45) waarbij deze mededeeling deed van een gewijzigde regeling van de vertegenwoordiging der openbare nutsbedrijven.
Sedertdien mochten wij kennis nemen van een schrijven van den burgemeester der gemeente Rotterdam aan genoemden Secretaris-Generaal, waarbij onder diens aandacht werd gebracht dat ook andere gemeentelijke bedrijven (zoo o.a. het gemeentelijk trambedrijf, het gemeentelijk vischafslagbedrijf en de gemeentelijke crediet- en voorschotbank) in de organisatie van het bedrijfsleven zijn ondergebracht, ten aanzien waarvan dezelfde bezwaren gelden als die welke voor de openbare nutsbedrijven worden kenbaar gemaakt.
De Secretaris-Generaal heeft daarop onder dagteekening van 15 December 1943 aan den burgemeester van Rotterdam medegedeeld, dat hij diens standpunt ten aanzien van de vertegenwoordiging ook van de gemeentelijke bedrijven, die niet bestreken worden door zijn circulaire van 11 September l.l. deelt. "Ten aanzien van alle gemeentelijke bedrijven", aldus de Secretaris-Generaal "geldt dus, dat in beginsel de gemeente zelf kan bepalen wie de betrokken bedrijven rechtens vertegenwoordigt".
Vereeniging van Nederl. Gemeenten
(get.) onleesbaar Dit document betreft een mededeling van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) aan de burgemeester van Amsterdam over de juridische vertegenwoordiging van gemeentelijke bedrijven. De kern van de zaak is de vraag wie bepaalt wie deze bedrijven mag vertegenwoordigen binnen de overkoepelende "Bedrijfsorganisatie".
Naar aanleiding van bezwaren uit Rotterdam over de status van bedrijven zoals de tram, de visafslag en de kredietbank, heeft de Secretaris-Generaal van Handel, Nijverheid en Scheepvaart geoordeeld dat de gemeente in principe zelf de vrijheid behoudt om de vertegenwoordigers van al haar bedrijven aan te wijzen. Dit was een belangrijke verduidelijking, aangezien een eerdere circulaire uit september 1943 enkel over openbare nutsbedrijven leek te gaan. De VNG informeert Amsterdam hierover om een uniforme lijn te trekken. Het document dateert uit februari 1944, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode stonden de Nederlandse gemeenten onder streng toezicht van de bezetter, maar bleven administratieve processen en de organisatie van het bedrijfsleven (de zogenaamde "Bedrijfsorganisatie") doorgaan.
De Secretarissen-Generaal waren in die tijd de hoogste Nederlandse ambtenaren die onder gezag van de Rijkscommissaris (Seyss-Inquart) functioneerden. De discussie over de "vertegenwoordiging" raakt aan de pogingen van de bezetter om de economie en het bedrijfsleven te corporatiseren en te controleren. Gemeenten probeerden via de VNG hun resterende autonomie over lokale diensten en bedrijven zo goed mogelijk te verdedigen binnen de bureaucratische kaders van die tijd. De gehanteerde spelling (zoals "Nederlandsche", "Officieele") is kenmerkend voor het Nederlands van voor de spellingshervorming van 1947.