Archief 745
Inventaris 745-419
Pagina 12
Dossier 113
Jaar 1944
Stadsarchief

Archiefdocument

10 februari 1944. Van: De Burgemeester van Amsterdam (E.J. Voûte). Aan: Heeren Hoofden van Diensten en Bedrijven.

Origineel

10 februari 1944. De Burgemeester van Amsterdam (E.J. Voûte). Heeren Hoofden van Diensten en Bedrijven. No. 11/4/1 M. 1943 12/2
GEMEENTE AMSTERDAM
m. Sud. [handgeschreven]

No.191 G.B. 1944 KABINET Amsterdam, 10 Februari 1944.

Het is gebleken, dat in een der gemeentegebouwen verstekelingen werden verborgen gehouden.

In verband hiermede draag ik U op, onverwijld te doen nagaan, of ook in gebouwen van Uw dienst soortgelijke personen verborgen zijn. Mocht dit het geval blijken te zijn, dan verzoek ik U mij daarvan onmiddellijk op de hoogte te stellen.

De Burgemeester van Amsterdam,
[Signatuur: Voûte]

de Gemeentesecretaris,
[Signatuur: J. F. Franken]

Aan Heeren Hoofden van Diensten
en Bedrijven.
C.S.Stadhuis
A'dam 2-'44 No.54.

[Handgeschreven aantekening in rode omlijning]:
Lijst van dienstwoningen, kantoorgebouwen etc.
zenden aan politie
attentie Opperwachtm. Klooster
Afdl. bur. Politie Kamer 207
11-2-'44 Deze brief is een dwingend bevel van de nationaalsocialistische burgemeester van Amsterdam, Edward Voûte, aan alle hoofden van gemeentelijke diensten. De kern van de boodschap is de opdracht om onmiddellijk alle gebouwen te doorzoeken op "verstekelingen". Dit eufemisme verwijst in de context van 1944 onomstotelijk naar onderduikers: Joden, verzetsmensen of mannen die probeerden te ontkomen aan de Arbeitseinsatz (dwangarbeid in Duitsland).

De toon van de brief is ambtelijk maar autoritair ("draag ik U op", "onverwijld", "onmiddellijk"). Het feit dat de brief vanuit het 'Kabinet' van de burgemeester komt, onderstreept het belang dat de bezetter en de collaborerende overheid hechtten aan het uitroeien van onderduikhulp binnen de eigen gelederen.

De handgeschreven aantekening in de marge toont de bureaucratische afhandeling aan: er moet een lijst van alle panden naar de politie worden gestuurd, specifiek ter attentie van een "Opperwachtmeester Klooster". Dit wijst op een gecoördineerde actie tussen het stadsbestuur en het politieapparaat. Dit document stamt uit februari 1944, een periode waarin de jacht op onderduikers in het bezette Nederland intensiveerde. Edward Voûte was door de Duitse bezetter aangesteld als burgemeester en werkte nauw samen met de autoriteiten om de Duitse verordeningen uit te voeren.

In deze fase van de oorlog was het voor de bezetter cruciaal om elk verzet en elke vorm van hulp aan "vijanden van het Rijk" de kop in te drukken. Dat er blijkbaar onderduikers in gemeentegebouwen waren aangetroffen, was een directe aanleiding voor deze grootschalige controle. Het document dient als een schrijnend bewijs van de wijze waarop het gemeentelijk apparaat tijdens de bezetting werd ingezet voor repressieve doeleinden tegen de eigen bevolking.

Samenvatting

Deze brief is een dwingend bevel van de nationaalsocialistische burgemeester van Amsterdam, Edward Voûte, aan alle hoofden van gemeentelijke diensten. De kern van de boodschap is de opdracht om onmiddellijk alle gebouwen te doorzoeken op "verstekelingen". Dit eufemisme verwijst in de context van 1944 onomstotelijk naar onderduikers: Joden, verzetsmensen of mannen die probeerden te ontkomen aan de Arbeitseinsatz (dwangarbeid in Duitsland).

De toon van de brief is ambtelijk maar autoritair ("draag ik U op", "onverwijld", "onmiddellijk"). Het feit dat de brief vanuit het 'Kabinet' van de burgemeester komt, onderstreept het belang dat de bezetter en de collaborerende overheid hechtten aan het uitroeien van onderduikhulp binnen de eigen gelederen.

De handgeschreven aantekening in de marge toont de bureaucratische afhandeling aan: er moet een lijst van alle panden naar de politie worden gestuurd, specifiek ter attentie van een "Opperwachtmeester Klooster". Dit wijst op een gecoördineerde actie tussen het stadsbestuur en het politieapparaat.

Historische Context

Dit document stamt uit februari 1944, een periode waarin de jacht op onderduikers in het bezette Nederland intensiveerde. Edward Voûte was door de Duitse bezetter aangesteld als burgemeester en werkte nauw samen met de autoriteiten om de Duitse verordeningen uit te voeren.

In deze fase van de oorlog was het voor de bezetter cruciaal om elk verzet en elke vorm van hulp aan "vijanden van het Rijk" de kop in te drukken. Dat er blijkbaar onderduikers in gemeentegebouwen waren aangetroffen, was een directe aanleiding voor deze grootschalige controle. Het document dient als een schrijnend bewijs van de wijze waarop het gemeentelijk apparaat tijdens de bezetting werd ingezet voor repressieve doeleinden tegen de eigen bevolking.

Locaties

Amsterdam Stadhuis (C.S. Stadhuis).

Gerelateerde Documenten 6