Archief 745
Inventaris 745-419
Pagina 20
Dossier 17
Jaar 1944
Stadsarchief

Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam.

24 maart 1944.

Origineel

Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam. 24 maart 1944. No. 542 P.W.1943 [Handgeschreven: 313 LM 1944] [Handgeschreven rechtsboven: Markth.]
[Stempel links: No. I/III/I] [Stempel midden: M. 1944 10/4]

Wijziging van de Algemeene Bepalingen, toepasselijk op de werken van en leveringen aan den Dienst der Publieke Werken.

E x t r a c t uit het Boek der Besluiten van den Burgemeester van Amsterdam Vrijdag, 24 Maart 1944

De Wethouder voor de Publieke Werken brengt ter tafel het rapport van den Directeur der Publieke Werken, d.d. 8 December 1943, No. 7283/Doss. 10108 Secr., waarin wordt voorgesteld eenige wijzigingen aan te brengen in de bij besluit van den Regeeringscommissaris van 16 Mei 1941, No. 798 P.W. 1940, vastgestelde Algemeene Bepalingen toepasselijk op de werken van en leveringen aan den Dienst der Publieke Werken (A.B.).

Deze wijzigingen betreffen de volgende punten:

A. In het besluit van den Burgemeester d.d. heden, No. 82, tot wijziging der Arbitragebepalingen in bestekken der Gemeente is bepaald:
1º. dat als instantie, aan wien de uitlegging in een geschil tusschen de aannemer en de Directie verblijft, optreedt de Directeur van den Dienst der Publieke Werken of die hem vervangt, en dat tegen de aldus genomen beslissing beroep openstaat bij den Burgemeester.
2º. dat lid 1e der bepalingen voortaan zal worden gelezen als volgt:
e het bepaalde onder a van de tweede alinea van art. 8 der Statuten van den Raad van Arbitrage voor de Bouwbedrijven in Nederland niet van toepassing zal zijn.
Deze wijzigingen dienen thans in art. 10 der A.B. te worden opgenomen, terwijl daarin tevens een tweetal aangebrachte verbeteringen behooren te worden opgenomen.
In de eerste plaats is in de aanhaling van de Bepalingen omtrent minimumloon, maximum-arbeidsduur en huisvesting in de bestekken voor gemeentewerken, genoemd onder b, sub 3º van het eerste lid tusschen de woorden "Bepalingen" en "minimum-loon" abusievelijk het woord "omtrent" weggelaten.
In de tweede plaats dient het woord "schaftlokalen", staande in lid 1d, onder 2º vervangen te worden door "schaftlokalen".

B. In de A.B. wordt gesproken van den "Regeeringscommissaris".
Het is gewenscht te bepalen, dat overal waar in de A.B. sprake is van "Regeeringscommissaris" daarvoor zal worden gelezen "Burgemeester".

C. In de A.B. worden op alle werken van den Dienst der Publieke Werken toepasselijk verklaard de A.V., echter met terzijdestelling van het Reglement op de door of vanwege het Departement van Waterstaat te houden openbare aanbestedingen van werken en leveringen. In het introductieve gedeelte der A.B., waar deze toepasselijkverklaring staat vermeld, is echter niet opgenomen het woord "openbare". Deze aanvulling dient alsnog te geschieden.

D. Bij besluit van den Burgemeester, d.d. 20 Maart 1942, No. 717 P.W. 1941, is beslist, dat in de bestekken de volgende bepaling zal worden opgenomen:
"De aannemingssom of haar termijnen zijn slechts verschuldigd na aftrek van het bedrag der aan den aannemer tot en met het tijdstip van betaling opgelegde kortingen op de aannemingssom en van de bedragen door den aannemer tot dat tijdstip, in verband met de uitvoering van het werk, uit anderen hoofde aan de Gemeente verschuldigd, zoodat hij iedere betaling zoo noodig een verrekening zal plaats vinden, zelfs na verpanding of cessie door den aannemer van de vordering, die hij op de Gemeente heeft".
Tevens is bij genoemd besluit bepaald, dat gemelde alinea bij de eerstvolgende aanvulling of herziening der A.B. daarin zal worden opgenomen. Hieraan kan thans uitvoering worden gegeven door genoemde bepaling op te nemen als punt 7 van art. 5 der A.B., welk artikel handelt over de betaling der aannemingssom.

E. Bij besluit van den Burgemeester van 1 October 1943, No. 200 P.W. 1943, is beslist, dat in de bestekken voor gemeentewerken een bepaling zal worden opgenomen houdende, dat in afwijking van het bepaalde in art. 3, sub 18 der A.B., het percentage, waarmede het voor de werkzaamheden in z.g. daggeld betaalde arbeidsloon zal worden verhoogd, vast te stellen op 40. Thans dient dit percentage in genoemd artikel der A.B. te worden opgenomen.

C.S. Stadhuis,
A'dam, 3-'44 No. 114 Dit document is een ambtelijk extract waarin verschillende technische en juridische wijzigingen in de Algemeene Bepalingen (A.B.) voor gemeentelijke werken in Amsterdam worden geformaliseerd. De kernpunten zijn:

  1. Arbitrage en Geschilbeslechting (A): De Directeur van Publieke Werken krijgt de primaire rol in de uitleg van contractgeschillen, met een beroepsmogelijkheid bij de Burgemeester. Dit wijkt af van de standaard statuten van de Raad van Arbitrage voor de Bouwbedrijven.
  2. Terminologische Correctie (B): Een opvallende wijziging is het vervangen van de term "Regeeringscommissaris" door "Burgemeester".
  3. Betalingsvoorwaarden (D): Er wordt een strikte verrekeningsclausule ingevoerd. De gemeente behoudt zich het recht voor om boetes of andere schulden van de aannemer direct in mindering te brengen op de betaling van de aannemingssom, zelfs als de vordering door de aannemer is verpand aan een derde (bijvoorbeeld een bank).
  4. Loonvorming (E): Het opslagpercentage voor daggeld (loon voor losse arbeiders) wordt vastgesteld op 40%. Het document dateert van maart 1944, een cruciale fase tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel het document op het eerste gezicht louter administratief lijkt, weerspiegelt het de politieke realiteit van die tijd:

  5. Bestuur onder Bezetting: De Burgemeester van Amsterdam in 1944 was Edward Voûte, die door de bezetter was aangesteld. De vervanging van de term "Regeeringscommissaris" door "Burgemeester" in punt B duidt op een centralisatie van de macht op lokaal niveau, passend binnen het 'leidersbeginsel' (Führerprinzip) dat de bezetter propageerde.

  6. Economische Controle: De strikte regels omtrent betalingen en loonpercentages (punt D en E) laten zien dat het gemeentebestuur, ondanks de oorlogsomstandigheden en schaarste, trachtte de grip op de publieke uitgaven en de bouwsector te behouden.
  7. Continuïteit: Het document toont aan dat het ambtelijke apparaat van de Dienst der Publieke Werken gedurende de hele oorlog bleef functioneren en complexe juridische documenten bleef herzien, zelfs terwijl de stad leed onder de gevolgen van de bezetting.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk extract waarin verschillende technische en juridische wijzigingen in de Algemeene Bepalingen (A.B.) voor gemeentelijke werken in Amsterdam worden geformaliseerd. De kernpunten zijn:

  1. Arbitrage en Geschilbeslechting (A): De Directeur van Publieke Werken krijgt de primaire rol in de uitleg van contractgeschillen, met een beroepsmogelijkheid bij de Burgemeester. Dit wijkt af van de standaard statuten van de Raad van Arbitrage voor de Bouwbedrijven.
  2. Terminologische Correctie (B): Een opvallende wijziging is het vervangen van de term "Regeeringscommissaris" door "Burgemeester".
  3. Betalingsvoorwaarden (D): Er wordt een strikte verrekeningsclausule ingevoerd. De gemeente behoudt zich het recht voor om boetes of andere schulden van de aannemer direct in mindering te brengen op de betaling van de aannemingssom, zelfs als de vordering door de aannemer is verpand aan een derde (bijvoorbeeld een bank).
  4. Loonvorming (E): Het opslagpercentage voor daggeld (loon voor losse arbeiders) wordt vastgesteld op 40%.

Historische Context

Het document dateert van maart 1944, een cruciale fase tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel het document op het eerste gezicht louter administratief lijkt, weerspiegelt het de politieke realiteit van die tijd:

  • Bestuur onder Bezetting: De Burgemeester van Amsterdam in 1944 was Edward Voûte, die door de bezetter was aangesteld. De vervanging van de term "Regeeringscommissaris" door "Burgemeester" in punt B duidt op een centralisatie van de macht op lokaal niveau, passend binnen het 'leidersbeginsel' (Führerprinzip) dat de bezetter propageerde.
  • Economische Controle: De strikte regels omtrent betalingen en loonpercentages (punt D en E) laten zien dat het gemeentebestuur, ondanks de oorlogsomstandigheden en schaarste, trachtte de grip op de publieke uitgaven en de bouwsector te behouden.
  • Continuïteit: Het document toont aan dat het ambtelijke apparaat van de Dienst der Publieke Werken gedurende de hele oorlog bleef functioneren en complexe juridische documenten bleef herzien, zelfs terwijl de stad leed onder de gevolgen van de bezetting.

Gerelateerde Documenten 6