Ambtelijke brief/rapportage betreffende voedselvoorraden.
Origineel
Ambtelijke brief/rapportage betreffende voedselvoorraden. 8 november 1944. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst voor de voedselvoorziening). De Burgemeester van Amsterdam. [Handgeschreven bovenin midden:] Verzonden 8/11 WLM AVD
2a/1/56M. [Top links]
8 November 1944. SV. [Top rechts]
Den Heer Burgemeester
van Amsterdam,
Raadhuis,
A l h i e r.
===========
Naar aanleiding van den brief van Uw Secretaris d.d. 2 April 1942 (No.P.S.B.) en ten vervolge op mijn brief d.d. 1 November 1944 (no.2a/1/55M.), heb ik de eer U onderstaand opgave te doen toekomen van den aardappelvoorraad te Amsterdam op 1 November 1944; de aflevering in de week van 30 October tot en met 4 November 1944 en de boekvoorraad op 4 November 1944.
De Directeur,
V.B.N.A.
Voorraad op 28 October 1944: 57.115 hl
Aanvoer week 30 Oct. - 4 Nov.: 24.472 hl
-----------------
81.587 hl
Aflevering week 30 Oct. - 4 Nov.: 21.354 hl
-----------------
Voorraad op 4 November 1944 des avonds: 60.233 hl
Gemeente (opgeslagen in het koelhuis).
Voorraad op 4 November 1944: 5.000 hl [Slecht leesbaar, gebaseerd op totaal]
T o t a a l : 65.233 hl [Gedeeltelijk handgeschreven/gecorrigeerd] * Inhoud: Het document betreft een wekelijkse statusupdate van de aardappelvoorraad in Amsterdam. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de voorraad van de V.B.N.A. (waarschijnlijk de Vereniging ter Behartiging van de Nederlandsche Aardappelhandel) en de noodvoorraad van de Gemeente die in koelhuizen lag.
* Eenheid: De hoeveelheden worden uitgedrukt in hl (hectoliter). Gezien een hectoliter aardappelen ongeveer 70 tot 80 kg weegt, bedroeg de totale voorraad circa 5 miljoen kilogram.
* Logistiek: In de bewuste week werd er meer afgeleverd (geconsumeerd/gedistribueerd) dan er werd aangevoerd, maar door de bestaande reserves was er op papier nog een voorraad voor enkele weken. Dit document is opgesteld op 8 november 1944, midden in de Tweede Wereldoorlog en aan het begin van de Hongerwinter. Na de geallieerde opmars in het zuiden en de daaropvolgende spoorwegstaking, stelden de Duitse bezetters een voedselembargo in voor het westen van Nederland.
Aardappelen waren het belangrijkste volksvoedsel. De nauwkeurige monitoring van deze voorraden was voor het Amsterdamse stadsbestuur van levensbelang om de distributie te kunnen plannen. De cijfers in dit document tonen de precaire situatie: voor een stad met destijds circa 800.000 inwoners was een voorraad van 65.000 hl (ongeveer 6-7 kg per inwoner) uiterst beperkt voor het naderende winterseizoen. De brief verwijst naar correspondentie uit 1942, wat aangeeft dat dit systeem van rapportage al jarenlang strikt werd gehanteerd.