Administratieve brief / ambtelijk schrijven.
Origineel
Administratieve brief / ambtelijk schrijven. 13 april 1944. De Directeur (waarschijnlijk van een gemeentelijke dienst voor Voedselvoorziening of Distributie). De Heer Burgemeester van Amsterdam (destijds de pro-Duitse Edward Voûte). 2a/1/22M. 13 April 1944. SV.
Den Heer Burgemeester
van Amsterdam,
Raadhuis,
A l h i e r.
===========
Naar aanleiding van den brief van
Uw Secretaris d.d. 2 April 1942 (no.P.S.B.) en
ten vervolge op mijn brief d.d. 5 April 1944
(no.2a/1/21M.), heb ik de eer U onderstaand
opgave te doen toekomen van den aardappel-
voorraad te Amsterdam op 1 April 1944; de af-
levering aan kleinhandel en instellingen in
deze week en de boekvoorraad op 8 April 1944.
De Directeur,
Voorraad op 1 April 1944: 219.314 hl
Aanvoer week 3/4-8/4'44: "
----------
219.314 hl
Aflevering week 3/4-8/4'44: 58.600 hl
----------
Voorraad op 8 April 1944
des avonds: 160.714 hl
========== Dit document is een feitelijke, cijfermatige rapportage over de aardappelvoorraad in Amsterdam gedurende de eerste week van april 1944. De directeur van de betreffende dienst rapporteert aan de burgemeester hoeveel hectoliter (hl) aardappelen er op voorraad waren, hoeveel er die week zijn geleverd aan de detailhandel en instellingen (zoals ziekenhuizen of gaarkeukens), en wat de resterende voorraad is.
Opvallend is dat er in de week van 3 tot 8 april 1944 geen nieuwe aanvoer van aardappelen is geweest (aangegeven met het teken " ). De totale afname van 58.600 hl in één week op een totale voorraad van ruim 219.000 hl laat zien dat de stad op dat moment voorraden had voor ongeveer vier weken, mits de consumptie gelijk bleef en er geen nieuwe aanvoer zou komen. Het document dateert van april 1944, de late fase van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. De Duitse bezetting hield het land in een ijzeren greep en de voedselvoorziening was volledig onderworpen aan een strikt distributiesysteem met bonnen.
Hoewel er in april 1944 nog geen sprake was van de acute hongersnood die de Westelijke Nederlanden een half jaar later zou treffen (de Hongerwinter van 1944-1945), was de situatie al nijpend. De bureaucratische precisie in dit document — tot op de hectoliter nauwkeurig — illustreert de noodzaak voor de overheid om de schaarse basisbehoeften nauwgezet te beheren. De afwezigheid van nieuwe aanvoer in die specifieke week is een voorteken van de logistieke problemen (door spoorwegstakingen en oorlogshandelingen) die de voedselzekerheid later dat jaar volledig zouden doen instorten. De burgemeester aan wie dit gericht is, Edward Voûte, was door de bezetter aangesteld en werkte nauw samen met de Duitse autoriteiten om de orde en distributie in de stad te handhaven.