Ambtsbrief / Statistische opgave.
Origineel
Ambtsbrief / Statistische opgave. 1 Maart 1944. De Directeur (vermoedelijk van de gemeentelijke voedselvoorziening of het distributiekantoor). Den Heer Burgemeester van Amsterdam (Edward Voûte). [Handgeschreven aantekening bovenaan:]
Verzonden 1/3 Wlm
AVD
[Getypte tekst:]
2a/1/11M. 1 Maart 1944. SV.
Den Heer Burgemeester
van Amsterdam,
Raadhuis,
A l h i e r.
===========
Naar aanleiding van den brief van Uw
Secretaris d.d. 2 April 1942 (no.P.S.B.) en
ten vervolge op mijn brief d.d. 23 Februari
1944 (no.2a/1/8M.) heb ik de eer U onder-
staand opgave te doen toekomen van den aard-
appelvoorraad te Amsterdam op 19 Februari
1944; de aflevering aan kleinhandel en instel-
lingen in deze week en de boekvoorraad op 26
Februari 1944.
De Directeur,
Voorraad op 19 Februari 1944: 259.243 hl
Aanvoer week 21/2-26/2'44: 26.913 hl
----------
286.156 hl
Aflevering week 21/2-26/2'44: 56.271 hl
----------
Voorraad op 26 Februari 1944
des avonds: 229.885 hl
========== * Inhoud: Het document betreft een strikt administratieve verantwoording van de aardappelvoorraden in Amsterdam over de periode van 19 tot 26 februari 1944. Het bevat een beginvoorraad, de aanvoer van die week, de aflevering aan winkels en instellingen (zoals ziekenhuizen of gaarkeukens) en de resulterende eindvoorraad.
* Taalgebruik: Formeel ambtelijk Nederlands ("heb ik de eer U [...] te doen toekomen"). Het gebruik van de eenheid 'hl' (hectoliter, 100 liter) was indertijd de standaardmaat voor bulkgoederen zoals aardappelen en kolen.
* Referenties: Er wordt verwezen naar een bevel of instructie van de secretaris van de burgemeester uit 1942, wat duidt op een jarenlange, stelselmatige rapportageplicht gedurende de bezettingstijd.
* Toestand: De afname van de voorraad in één week (circa 30.000 hl inclusief de nieuwe aanvoer) laat zien dat de stad in deze periode nog over aanzienlijke voorraden beschikte, hoewel de distributie strikt gereguleerd was. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In maart 1944 was de voedselvoorziening een cruciaal onderdeel van het stadsbestuur. De burgemeester van Amsterdam was op dat moment Edward Voûte, een nationaalsocialistisch gezinde burgemeester die door de bezetter was aangesteld.
Hoewel de beruchte 'Hongerwinter' pas eind 1944 zou beginnen, was de schaarste in het voorjaar van 1944 al merkbaar. De overheid hield de voorraden van basisbehoeften zoals aardappelen nauwgezet bij om de rantsoenering te kunnen handhaven. Dergelijke wekelijkse rapportages waren essentieel voor de planning van de voedseldistributie en om inzicht te houden in de reserves van de stad tegenover de vorderingen door de bezetter. Het adres "Alhier" bevestigt dat zowel de verzendende instantie als de burgemeester zich in Amsterdam bevonden.