Ambtelijke brief (doorslag/kopie)
Origineel
Ambtelijke brief (doorslag/kopie) 16 februari 1944 De Directeur (vermoedelijk van de gemeentelijke Voedselvoorziening) [Handgeschreven aantekening rechtsboven:]
Verzonden 17/2 AVD
Wem
[Getypt:]
2a/1/7M. 16 Febuari 1944. SV.
Den Heer Burgemeester
van Amsterdam,
Raadhuis,
A l h i e r.
===========
Naar aanleiding van den brief van Uw
Secretaris d.d. 2 April 1942 (no.P.S.B.) en ten
vervolge op mijn brief d.d. 9 Februari 1944
(no.2a/1/5M.) heb ik de eer U onderstaand op-
gave te doen toekomen van den aardappelvoor-
raad te Amsterdam op 5 Februari 1944; de af-
levering aan kleinhandel en instellingen in
deze week en de boekvoorraad op 12 Februari 1944.
De Directeur,
Voorraad op 5 Februari 1944 295.543 hl
Aanvoer week 7/2 - 12/2'44 36.171 hl
----------
331.714 hl
Aflevering week 7/2 - 12/2'44 59.600 hl
----------
Voorraad op 12 Februari 1944
des avonds: 272.114 hl
==========
Bovendien in voorraad terrein Coenhaven -
131.000 hl. Dit document is een administratief overzicht van de aardappelvoorraad in de gemeente Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. De brief hanteert een strikt formele toon ("heb ik de eer U...").
Wat opvalt:
* Maateenheid: De voorraden worden gemeten in hectoliters (hl), wat in die tijd gebruikelijk was voor bulkgoederen zoals aardappelen en kolen.
* Berekening: De brief toont de logistieke balans van één week: de beginvoorraad plus de nieuwe aanvoer, minus de leveringen aan winkels en instellingen (zoals ziekenhuizen of gaarkeukens), resulterend in de nieuwe "boekvoorraad".
* Extra voorraad: Er wordt een aparte melding gemaakt van een aanzienlijke reserve (131.000 hl) in de Coenhaven, een belangrijke overslaghaven in Amsterdam-West.
* Spelfout: In de datumregel staat "Febuari", terwijl in de rest van de brief wel de correcte spelling "Februari" wordt gebruikt. In februari 1944 was Nederland bijna vier jaar bezet. De voedselvoorziening stond onder zware druk en werd strikt gereguleerd via een distributiesysteem. De burgemeester van Amsterdam was op dat moment de pro-Duitse Edward Voûte.
Het bijhouden van deze nauwkeurige voorraadcijfers was cruciaal om de rantsoenering te kunnen handhaven en hongersnood te voorkomen. Hoewel de situatie in het voorjaar van 1944 al nijpend was (zoals blijkt uit de constante noodzaak tot rapportage), zou de beruchte Hongerwinter pas aan het einde van dat jaar (1944-1945) in volle hevigheid toeslaan na de spoorwegstaking en het Duitse embargo op voedseltransporten naar het westen. De Coenhaven, waar de reservevoorraad lag, was een strategisch punt voor de aanvoer via het water.