Dienstbrief / Rapportage.
Origineel
Dienstbrief / Rapportage. 9 februari 1944. De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Dienst voor de Voedselvoorziening). Den Heer Burgemeester van Amsterdam (Edward Voûte). [Handgeschreven tekst bovenaan:]
Verzonden 9/2 AVD WLM
2a/1/6M. 9 Februari 1944. SV.
Den Heer Burgemeester
van Amsterdam,
Raadhuis,
A l h i e r.
Naar aanleiding van den brief van Uw Secretaris d.d. 2 April 1942 (no. P.S.B.) en ten vervolge op mijn brief d.d. 2 Februari 1944 (no. 2a/1/5M.) heb ik de eer U onderstaand opgave te doen toekomen van den aardappelvoorraad te Amsterdam op 29 Januari 1944; de aflevering aan kleinhandel en instellingen in deze week en de boekvoorraad op 5 Februari 1944.
De Directeur,
| Omschrijving | Hoeveelheid |
|---|---|
| Voorraad op 29 Januari 1944 | 337.700 hl |
| Aanvoer week 31/1 - 5/2'44 | 19.329 hl |
| ---------- | |
| 357.029 hl | |
| Aflevering week 31/1 - 5/2'44 | 61.486 hl |
| ---------- | |
| Voorraad op 5 Februari 1944 des avonds: | 295.543 hl |
| ========== |
Bovendien in voorraad terrein Coenhaven 131.000 hl. Dit document is een ambtelijke rapportage over de aardappelvoorraad in Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. Uit de cijfers blijkt dat de voorraad in één week tijd aanzienlijk is geslonken: de aflevering aan de kleinhandel en instellingen (61.486 hl) was ruim drie keer zo groot als de nieuwe aanvoer (19.329 hl). Dit duidt op een periode waarin de stad sterk intereerde op haar reserves.
De gebruikte eenheid 'hl' staat voor hectoliter. Hoewel aardappelen tegenwoordig meestal per gewicht (ton/kg) worden gemeten, was volumemeting in die tijd gebruikelijk voor bulkgoederen. De vermelding van een aanzienlijke reserve in de Coenhaven (131.000 hl) suggereert dat er nog een strategische voorraad buiten de reguliere distributiepunten aanwezig was. Het document dateert van februari 1944, een jaar waarin de voedselsituatie in bezet Nederland steeds nijpender werd, al was de extreme hongersnood van de "Hongerwinter" (1944-1945) op dit moment nog niet ingetreden. De burgemeester van Amsterdam was in deze periode de pro-Duitse Edward Voûte.
Dergelijke nauwgezette rapportages waren essentieel voor het distributiestelsel, waarbij de bezetter en het Nederlandse overheidsapparaat probeerden de schaarse middelen te controleren. De brief verwijst naar eerdere correspondentie uit 1942, wat aangeeft dat deze wekelijkse rapportage een vast onderdeel was van de bureaucratische controle op de voedselvoorziening gedurende de oorlogsjaren. De Coenhaven, destijds een belangrijk logistiek knooppunt, diende als centrale opslagplaats voor deze cruciale levensmiddelen.