Getypte ambtelijke brief/rapportage (doorslag).
Origineel
Getypte ambtelijke brief/rapportage (doorslag). 19 januari 1944. De Directeur (vermoedelijk van het Bureau Voedselvoorziening of een vergelijkbare gemeentelijke instantie). Den Heer Burgemeester van Amsterdam. 2a/1/3M. [handgeschreven in blauw: Verzonden 19/1] 19 Januari 1944. SV.
Den Heer Burgemeester
van Amsterdam
Raadhuis
A l h i e r .
Naar aanleiding van den brief van Uw
Secretaris d.d. 2 April 1942 (no.P.S.B.) en ten
vervolge op mijn brief d.d. 13 Januari 1944
(no.2a/1/2M.) heb ik de eer U onderstaand op-
gave te doen toekomen van den aardappelvoor-
raad te Amsterdam op 8 Januari 1944; de aan-
voer in de week van 10 tot en met 15 Januari;
de aflevering aan kleinhandel en instellingen
in deze week en de boekvoorraad op 15 Januari
1944.
De Directeur,
Voorraad op 8 Januari 1944: 328.814 hl
Aanvoer week 10/1 - 15/1'44: 93.986 hl
422.800 hl
Aflevering week 10/1 -15/1'44: 54.271 hl
Voorraad op 15 Januari 1944
des avonds: 368.529 hl
===========
Bovendien in voorraad terrein Coenhaven
131.000 hl. * Inhoud: Het document bevat een exact overzicht van de aardappelvoorraad in Amsterdam gedurende de tweede week van januari 1944. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de aanwezige voorraad, de nieuwe aanvoer en de distributie ("aflevering") aan de detailhandel en instellingen (zoals ziekenhuizen of gaarkeukens).
* Eenheden: De hoeveelheden worden uitgedrukt in hectoliters (hl). Een hectoliter aardappelen weegt ongeveer 65 tot 70 kilogram.
* Logistiek: Naast de algemene voorraad wordt een aanzienlijke specifieke voorraad (131.000 hl) vermeld op het terrein van de Coenhaven. Dit wijst op het gebruik van havenfaciliteiten voor grootschalige opslag.
* Administratie: De brief verwijst naar eerdere correspondentie uit 1942, wat aantoont dat deze vorm van strikte rapportage over vitale voedselbronnen al jaren een vaste routine was tijdens de bezetting. Dit document stamt uit januari 1944, de periode van de Tweede Wereldoorlog waarin Nederland bezet was door nazi-Duitsland. Voedselvoorziening was op dat moment een kritieke bestuurlijke taak. Hoewel de beruchte "Hongerwinter" pas eind 1944 zou toeslaan, was de schaarste begin 1944 alomtegenwoordig en was het hele distributiesysteem strak gereguleerd via bonkaarten en centrale controles.
De burgemeester van Amsterdam in deze periode was de pro-Duitse Edward Voûte. Het nauwkeurig bijhouden van voorraden was essentieel voor de bezetter en het lokale bestuur om de openbare orde te handhaven en de bevolking (op een minimaal niveau) te kunnen blijven voeden. Het feit dat de aanvoer (ca. 94.000 hl) in die week aanzienlijk hoger was dan de aflevering (ca. 54.000 hl) suggereert dat men probeerde reserves op te bouwen.