Ambtelijke correspondentie / Kwartaal- of weekrapportage.
Origineel
Ambtelijke correspondentie / Kwartaal- of weekrapportage. 5 januari 1944. De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Dienst voor de Voedselvoorziening te Amsterdam). Den Heer Burgemeester van Amsterdam (destijds Edward Voûte). 2A/1/1 M.
[Handgeschreven:] Verzonden 5/1
5 Januari 1944.
Den Heer Burgemeester
van Amsterdam,
Raadhuis,
A l h i e r.
Naar aanleiding van den brief van Uw
Secretaris d.d. 2 April 1942 (no.P.S.B.) en
ten vervolge op mijn brief d.d. 29 December
1943 (no. 2a/3/5 M.) heb ik de eer U onderstaand
opgave te doen toekomen van den aardappelvoor-
raad te Amsterdam op 25 December 1943; de aan-
voer in de week van 27 December 1943 tot en
met 1 Januari 1944; de aflevering aan kleinhandel
en instellingen in deze week en de boekvoor-
raad op 1 Januari 1944.
De Directeur,
Voorraad op 25 December 1943: 284.557 hl
Aanvoer week 27/12 '43 – 1/1 '44: 77.600 hl
362.157 hl
Aflevering week 27/12 '43 – 1/1 '44: 57.300 hl
Voorraad op 1 Januari 1944 des
avonds: 304.857 hl
===========
Bovendien in voorraad terrein Coenhaven
131.000 hl. * Onderwerp: De brief betreft een kwantitatieve rapportage over de aardappelvoorraden in Amsterdam tijdens de jaarwisseling van 1943 op 1944.
* Kerngegevens:
* Er wordt gerapporteerd in hectoliters (hl).
* De totale voorraad inclusief de strategische reserve in de Coenhaven bedroeg op 1 januari 1944 ruim 435.000 hl.
* De aflevering aan de kleinhandel (voor de Amsterdamse bevolking) bedroeg die week 57.300 hl.
* Opmerkingen: De tekst hanteert de toen gebruikelijke ambtelijke beleefdheidsvormen ("heb ik de eer U... te doen toekomen"). De berekening is nauwgezet weergegeven met optellingen en aftrekkingen onderstreept zoals in een kasboek. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In januari 1944 was de voedselvoorziening in de grote steden al een punt van grote zorg, hoewel de extreme hongersnood (de Hongerwinter) pas een jaar later zou plaatsvinden. De nauwkeurige registratie van aardappelen – het volksvoedsel bij uitstek – was essentieel voor het distributiesysteem en het beheersen van de schaarste. De burgemeester aan wie gerapporteerd werd, Edward Voûte, was door de bezetter aangesteld. De opslag in de Coenhaven duidt op het gebruik van de haveninfrastructuur voor grootschalige voedselopslag buiten de reguliere stedelijke magazijnen.