Ambtsbrief / Wekelijkse rapportage.
Origineel
Ambtsbrief / Wekelijkse rapportage. 21 juli 1943. De Directeur, waarnemend (waarschijnlijk van de plaatselijke distributiedienst of voedselvoorziening). Den Heer Burgemeester van Amsterdam (destijds Edward Voûte). [Handgeschreven in blauwe inkt:]
Inzonden 21/7 W.L.m
AV2
[Getypte tekst:]
2a/3/28 M. 21 Juli 1943. SV.
Den Heer Burgemeester
van Amsterdam,
Raadhuis,
A l h i e r.
============
Naar aanleiding van den brief van Uw Secre-
taris d.d. 2 April 1942 (No.P.S.B.) en ten ver-
volge op mijn brief d.d. 14 Juli jl.(no.2a/3/27 M.),
heb ik de eer U onderstaand een opgave te doen
toekomen van den aardappelvoorraad te Amsterdam op
10 Juli 1943; de aanvoer in de week van 12 Juli tot
en met 17 Juli; de aflevering aan kleinhandel en
instellingen in deze week en de boekvoorraad op
17 Juli 1943.
De Directeur,
wnd.
Voorraad op 10 Juli 1943: 52.180 hl
Aanvoer week 12/7 - 17/7 1943: 53.114 "
----------
105.294 hl
Aflevering week 12/7 - 17/7 1943: 58.010 "
----------
Voorraad op 17 Juli 1943 des avonds 47.284 hl.
========== Dit document is een formele, cijfermatige rapportage over de aardappelpositie van de gemeente Amsterdam. De waarnemend directeur rapporteert aan de burgemeester over de in- en uitstroom van aardappelen (uitgedrukt in hectoliters, hl) gedurende één week in juli 1943.
De berekening laat zien dat de totale voorraad in die week licht is gedaald:
* Beginvoorraad (10 juli): 52.180 hl
* Nieuwe aanvoer: 53.114 hl
* Totaal beschikbaar: 105.294 hl
* Afgeleverd (consumptie): 58.010 hl
* Eindvoorraad (17 juli): 47.284 hl
Opvallend is de precisie van de boekhouding, wat kenmerkend is voor de strak gereguleerde distributie-economie tijdens de oorlogsjaren. De brief dateert uit de zomer van 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening een kritieke taak voor het gemeentebestuur. Door schaarste en de Duitse opeisingen was bijna al het voedsel 'op de bon'. Aardappelen vormden het belangrijkste volksvoedsel.
Het nauwgezet bijhouden van deze voorraden was essentieel voor de burgemeester om te kunnen bepalen of de rantsoenen voor de Amsterdamse bevolking gegarandeerd konden worden. Het adres "Alhier" duidt erop dat de verzendende instantie zich eveneens in Amsterdam bevond. De referentie naar een brief uit 1942 suggereert dat dit een langlopende, periodieke rapportageplicht was die door de bezetter of het Centraal Distributiekantoor (CDK) was opgelegd om de voedselstroom in de grote steden nauwlettend te monitoren.