Dienstbrief / Rapportage
Origineel
Dienstbrief / Rapportage 30 juni 1943 De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Dienst voor de Voedselvoorziening) Den Heer Burgemeester van Amsterdam (Edward Voûte) [Handgeschreven aantekening in potlood:]
Verzonden 26/6 AVD w.e.m.
[Getypte tekst:]
2a/3/25 M. 30 Juni 1943 SV.
Den Heer Burgemeester
van Amsterdam,
Raadhuis,
A l h i e r .
Naar aanleiding van den brief van Uw Secretaris d.d. 2 April 1942 (No.P.S.B.) en ten vervolge op mijn brief d.d. 23 Juni 1943 (no. 2a/3/23M.), heb ik de eer U onderstaand een opgave te doen toekomen van den aardappelvoorraad te Amsterdam op 19 Juni 1943; de aanvoer in de week van 20 tot en met 26 Juni; de aflevering aan kleinhandel en instellingen in deze week en de boekvoorraad op 26 Juni 1943.
De Directeur,
Voorraad op 19 Juni 1943: 42.255 hl.
Aanvoer week 20 - 26 Juni 1943: 7.045 "
--------
49.300 hl.
Aflevering week 20 - 26 Juni 1943: 49.300 "
--------
Voorraad op 26 Juni 1943 des avonds: nihil.
========= * Inhoud: De brief bevat een kwantitatieve rapportage over de aardappelvoorraad in Amsterdam in hectoliters (hl).
* Cruciale observatie: Het document eindigt met de vermelding dat de voorraad op de avond van 26 juni 1943 "nihil" is. Dit betekent dat de volledige voorraad (de bestaande voorraad plus de nieuwe aanvoer van die week) volledig is uitgeleverd aan de detailhandel en instellingen.
* Toon: Formeel, ambtelijk en zakelijk, kenmerkend voor de administratieve correspondentie tussen gemeentelijke diensten en het burgemeestersambt.
* Taalgebruik: Gebruik van de oude spelling ("den brief", "aardappelvoorraad", "den avonds"). Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De voedselvoorziening was in 1943 een kritieke aangelegenheid. Amsterdam stond onder toezicht van de door de Duitsers benoemde burgemeester Edward Voûte.
Het feit dat de aardappelvoorraad aan het einde van de week op "nihil" staat, is illustratief voor de precaire situatie: er was geen enkele reserve meer. Alles wat binnenkwam, moest direct gedistribueerd worden om de bevolking van het minimale rantsoen te voorzien. In deze fase van de oorlog begon de schaarste nijpend te worden, wat uiteindelijk zou leiden tot de Hongerwinter van 1944-1945. Dergelijke wekelijkse staten waren noodzakelijk voor de planning van de distributiestamkaarten en het rantsoeneringssysteem.