Ambtelijke brief / Rapportage (doorslag)
Origineel
Ambtelijke brief / Rapportage (doorslag) 16 juni 1943 De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Voedselvoorziening of het Centraal Distributiekantoor Amsterdam) De Burgemeester van Amsterdam [Linksboven, getypt:]
2a/3/23 M.
[Midden boven, handgeschreven:]
Verzonden 16/6
[Rechtsboven, handgeschreven:]
A.V.D.
WLM
[Rechtsboven, getypt:]
16 Juni 1943.
[Adres, getypt:]
Den Heer Burgemeester
van Amsterdam,
Raadhuis,
A l h i e r.
===========
[Body tekst:]
Naar aanleiding van den brief van Uw Secretaris d.d. 2 April 1942 (no.P.S.B.) en ten vervolge op mijn brief d.d. 9 Juni 1943 (no.2a/3/22 M.), heb ik de eer U onderstaand een opgave te doen toekomen van den aardappelvoorraad te Amsterdam op 5 Juni 1943; de aanvoer in de week van 6 tot en met 12 Juni; de aflevering aan kleinhandel en instellingen in deze week en de boekvoorraad op 12 Juni 1943.
[Ondertekening:]
De Directeur,
[Tabel met cijfers:]
Voorraad op 5 Juni 1943: 128.733 hl
Aanvoer week 6 - 12 Juni 1943: 53.977 "
----------
182.710 hl
Aflevering week 6 - 12 Juni 1943: 70.600 "
----------
Voorraad op 12 Juni 1943 des 112.110 hl
avonds: ========== Het document is een kwantitatieve rapportage betreffende de logistiek van de primaire voedselvoorziening in Amsterdam. De cijfers zijn uitgedrukt in hectoliters (hl). Uit de berekening blijkt dat de aflevering aan de stad (70.600 hl) in die bewuste week groter was dan de aanvoer (53.977 hl), waardoor de totale reservevoorraad met ruim 16.000 hl is geslonken. De spelling is conform de toenmalige schrijfwijze (bijv. "den brief", "opgave te doen toekomen"). Het gebruik van "A l h i e r" duidt aan dat de brief binnen dezelfde gemeente is verzonden. Deze brief stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1943 was de voedseldistributie een kritiek en strikt gereguleerd proces. De Burgemeester van Amsterdam in deze periode was de door de bezetter aangestelde Edward Voûte. Het nauwkeurig bijhouden van voorraden aardappelen — destijds het belangrijkste volksvoedsel — was essentieel om hongersnood te voorkomen en de rantsoenering te handhaven. De verwijzing naar correspondentie uit 1942 suggereert dat dit een structurele, wekelijkse rapportageplicht betrof die door de gemeentesecretarie was opgelegd.