Ambtelijke brief / rapportage van voorraden.
Origineel
Ambtelijke brief / rapportage van voorraden. 17 maart 1943. De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Voedselvoorziening of de Centrale Keukens). Den Heer Burgemeester van Amsterdam (Edward Voûte). [In rood potlood, bovenaan links:]
Verzonden ?
[In bruin/paars potlood, bovenaan midden:]
Welkom avd
[Getypt:]
RP.
den Heer Burgemeester van Amsterdam
Raadhuis,
A l h i e r.
2a/3/10 M. 17 Maart 1943.
Naar aanleiding van den brief van Uw Secretaris d.d. 2 April 1942 (No.P.S.B.) en ten vervolge op mijn brief d.d. 10 Maart 1943 (No.2a/3/9 M.), heb ik de eer U onderstaand een opgave te doen toekomen van den aardappelvoorraad te Amsterdam op 6 Maart jl.; de aanvoer in de week van 8 tot en met 13 Maart; de aflevering aan kleinhandel en instellingen in deze week en de boekvoorraad op 13 Maart 1943.
De Directeur ,
Voorraad op 6 Maart 1943: 86.641 hl
Aanvoer week 8-13 Maart 1943: 101.807 "
[Doorgetrokken streep] 188.448 "
Aflevering [doorstreept: ever] week 8-13 Maart 1943: 61.690 "
Voorraad op 13 Maart 1943 des avonds 126.758 hl
[In handschrift (potlood), onderaan:]
Voorraad 13/3 126.758 hl
Aanvoer week 15-20/3 117.190 "
[Streep]
243.948
Aflevering id. 62.518 hl
[Streep]
Voorraad 20/3 181.430 hl
[In marge linksonder, in rood potlood:]
2a/3/11 Dit document is een typisch voorbeeld van de bureaucratische nauwkeurigheid waarmee de voedselvoorziening tijdens de Tweede Wereldoorlog werd beheerd. De hoeveelheden worden uitgedrukt in hectoliters (hl).
Opvallende elementen:
* Correcties: In de getypte tekst is het woord "Aflevering" aanvankelijk fout getypt als "Afevering" en daarna handmatig gecorrigeerd.
* Actualisering: De brief zelf rapporteert de cijfers tot en met 13 maart. De handgeschreven aantekeningen onderaan laten zien dat de ambtenaar het document later heeft gebruikt om de cijfers van de daaropvolgende week (15-20 maart) direct bij te werken en te berekenen.
* Doorstroming: Men ziet dat er in die week meer werd aangevoerd (101.807 hl) dan er werd afgeleverd aan de stad (61.690 hl), waardoor de strategische reserve in Amsterdam toenam. In maart 1943 bevond Nederland zich in het vierde jaar van de Duitse bezetting. De voedselvoorziening stond onder enorme druk door vorderingen van de bezetter en stagnerende handel. De burgemeester van Amsterdam was in deze periode Edward Voûte, die door de Duitsers was aangesteld.
Het nauwkeurig bijhouden van de aardappelvoorraad was van essentieel belang om de rantsoenering in de stad te kunnen handhaven en hongersnood te voorkomen. Hoewel de echte 'Hongerwinter' pas anderhalf jaar later zou plaatsvinden, was de schaarste in 1943 al dagelijkse realiteit voor de Amsterdammers. De "kleinhandel en instellingen" waarnaar verwezen wordt, zijn de groentewinkels en bijvoorbeeld ziekenhuizen of gaarkeukens die afhankelijk waren van de centrale toewijzing.