Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen en berekeningen.
Origineel
Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen en berekeningen. 17 februari 1943. De Directeur (vermoedelijk van de gemeentelijke distributiedienst of voedselvoorziening). Den Heer Burgemeester van Amsterdam (Edward Voûte). [Linksboven in rood potlood:]
Verzonden 17/2
[Rechtsboven:]
SV
den Heer Burgemeester van
Amsterdam,
Raadhuis,
A l h i e r .
2a/3/6 M
17 Februari 1943.
den
Naar aanleiding van ~~Uw~~ brief van Uw Secretaris d.d. 2 April 1942 (No. P.S.B.) en ten vervolge op mijn brief d.d. 10 Februari jl. (no. 2a/3/5 M.) heb ik de eer U onderstaand een opgave te doen toekomen van den aardappelvoorraad te Amsterdam op 6 Februari jl.; de aanvoer in de week van 8 tot en met 13 Februari; de aflevering aan kleinhandel en instellingen in deze week en de boekvoorraad op 13 Februari 1943.
De Directeur,
Voorraad op 6 Februari 1943: 175.882 hl
Aanvoer week 8-13 Februari 1943: 9.348 "
185.230 hl
Aflevering week 8-13 Februari 1943: 54.750 "
Voorraad op 13 Februari 1943 des avonds: 130.480 hl
[Handgeschreven toevoeging onderaan:]
Voorraad 13/2 43 130.480 hl.
Aanvoer week 15-20/2 21.728 "
152.208
Aflevering i.d. 55.238 hl
Voorraad 20/2 43 96.970 [hl]
[Linksonder in rood potlood:]
2a/3/7 Dit document is een ambtelijke rapportage over de kritieke aardappelvoorraad in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De brief toont de nauwgezette administratie van hectoliters (hl) aardappelen.
Wat opvalt is de snelheid waarmee de voorraad slinkt:
1. Op 6 februari was er nog 175.882 hl.
2. Ondanks nieuwe aanvoer, daalt de voorraad op 13 februari naar 130.480 hl.
3. In de handgeschreven krabbel (waarschijnlijk een latere update of kladberekening voor het volgende rapport) is te zien dat de voorraad op 20 februari verder is gekelderd naar 96.970 hl.
De aflevering (consumptie/distributie) ligt wekelijks rond de 55.000 hl, terwijl de aanvoer (9.000 tot 21.000 hl) daar bij lange na niet tegenop weegt. Dit wijst op een naderend tekort. In februari 1943 was Nederland bezet door nazi-Duitsland. De voedselvoorziening stond onder zware druk door vorderingen van de bezetter en stagnerende logistiek. De burgemeester van Amsterdam in deze periode was Edward Voûte, een nationaalsocialistische ambtenaar die door de Duitsers was aangesteld.
Aardappelen vormden het basisvoedsel voor de Amsterdamse bevolking. Dergelijke wekelijkse rapportages waren essentieel voor de distributiedienst om te bepalen of de rantsoenen via de distributiebonnen verlaagd moesten worden. De scherpe daling van de voorraad in dit document is een voorbode van de toenemende voedselschaarste die later in de oorlog zou leiden tot de Hongerwinter (1944-1945).