Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen en berekeningen.
Origineel
Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen en berekeningen. 10 februari 1943. De Directeur (waarschijnlijk van de Gemeentelijke Dienst voor de Voedselvoorziening). Den Heer Burgemeester van Amsterdam (destijds de pro-Duitse Edward Voûte). [Handgeschreven in rood potlood, linksboven:]
Verzonden 10/2
[Handgeschreven initialen/notities middenboven:]
Math. lm / AvD
[Rechtsboven:]
SV
[Geadresseerde:]
den Heer Burgemeester van
Amsterdam,
Raadhuis,
A l h i e r.
[Referentie en datum:]
2a/3/5 M. 10 Februari 1943.
[Inhoud:]
Naar aanleiding van de brief van Uw Secretaris
d.d. 2 April 1942 (No. P.S.B.) en ten vervolge op mijn
brief d.d. 3 Februari jl. (no. 2a/3/4M.) heb ik de eer
U onderstaand een opgave te doen toekomen van den
aardappelvoorraad te Amsterdam op 30 Januari jl.; de
aanvoer in de week van 1 tot en met 6 Februari; de af-
levering aan kleinhandel en instellingen in deze
week en de boekvoorraad op 6 Februari 1943.
De Directeur,
[Tabel met cijfers:]
Voorraad op 30 Januari 1943: 226.426 hl
Aanvoer week 1-6 Februari 1943: 6.241 "
----------
232.667 hl
Aflevering week 1-6 Februari 1943: 56.785 "
----------
Voorraad op 6 Februari 1943 des
avonds: 175.882 hl.
==========
[Handgeschreven toevoeging in potlood onderaan:]
Voorraad 6/2 '43 : 175.882 hl
Aanvoer week 8-13/2 : 9.348 "
----------
185.230
Aflevering id. 54.750 hl
----------
Voorraad 13/2 '43 130.480 hl
==========
[Onderaan in rood potlood:]
2a/3/6 Dit document is een ambtelijke rapportage over de kritieke voedselvoorziening in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De cijfers worden uitgedrukt in hectoliters (hl). Uit de getypte gegevens blijkt dat de voorraad aardappelen in één week tijd met ruim 50.000 hl slonk, ondanks een beperkte aanvoer.
De handgeschreven aantekeningen onderaan lijken een latere update te zijn voor de daaropvolgende week (8-13 februari). Deze tonen aan dat de neerwaartse trend zich voortzette: de voorraad daalde in die week verder van 175.882 hl naar 130.480 hl. De aflevering (consumptie/distributie) lag vele malen hoger dan de nieuwe aanvoer, wat wijst op een snel slinkende reserve van dit basisvoedingsmiddel. In februari 1943 was Nederland ruim tweeënhalf jaar bezet door nazi-Duitsland. De voedselvoorziening werd streng gereguleerd via een distributiesysteem. De burgemeester van Amsterdam moest wekelijks nauwkeurig op de hoogte worden gehouden van de voorraden om rantsoenen vast te stellen en tekorten te managen.
De aardappel was het belangrijkste volksvoedsel. Het feit dat de voorraad in twee weken tijd met bijna 100.000 hectoliter afnam (van 226.426 naar 130.480 hl), illustreert de precaire situatie. Hoewel de beruchte Hongerwinter pas eind 1944 zou plaatsvinden, was de schaarste in 1943 al een dagelijkse realiteit voor de Amsterdamse bevolking. Dergelijke administratieve documenten vormden de ruggengraat van de logistieke overleving van de stad.