Ambtsbrief / interne rapportage.
Origineel
Ambtsbrief / interne rapportage. 24 februari 1944. C. Blom, Centrale Markt (Amsterdam). De heer Steenbeek, Bedrijfschef der Centrale Markt. [Stempel linksboven:] Nº 27/4/1
[Stempel middenboven:] M. 194 [handgeschreven:] 2 1/2
[Rechtsboven:]
Aan den Hr. Steenbeek
Bedrijfschef der Centrale Markt.
[Inhoud:]
Kwit.No.
13 De "Johanna", Schipper de Groot. 325 Ton, aank: 23-11-43, i/l 1-2. 11387
6.36 " "Wilhelmina" " Flotel .159 " , " " " " " " " 11388
5.60 " " Eendracht " " Steenbergen 140 , " " " " " " " 11389
[Verticaal genoteerd aan de linkerzijde van deze tabel:] 24.96
Deze schepen lagen als lichter aan de hulpmarkt Weesperzijde en werden op 21-2-44 opnieuw berekend voor de week 20-2-/26-2-44.
Op 22-2 zijn genoemde schepen verhaald van dat gedeelte van de hulpmarkt, dat nog niet als zoodanig is aangewezen, naar de aangewezen hulpmarkt. Controleur v/d Hoek heeft genoemde schepen opgegeven als varende schepen en op 23-11-43 zijn deze schepen als boven berekend.
Dit is niet juist, een schip ingeschreven als lichter blijft lichte[r] zoolang het de markt niet verlaat.
Bovengenoemde schepen lagen buiten de aangewezen hulpmarkt, maar kadegeld is berekend op last van den Directeur.
Het is wenschelijk dat de aangevraagde verlenging van de hulpmarkt " Weesperzijde " zoo spoedig mogelijk afkomt.
Er komen moeilijkheden voor met schippers die daar gelost hebben en nog geen bestemming voor een volgende reis hebben, deze kunnen omdat het geen hulpmarkt is niet weggestuurd worden en liggen andere schepen in de weg.
Centrale Markt. 24-2-44.
Get: [signatuur] C. Blom
[Handgeschreven aantekeningen onderaan:]
* [In rood:] V/S/b [?]
* [In potlood:] vt. om [onleesbaar]
* [In rood rechts:] Mr Muller heeft op 4-2-44 [paraaf] [Opmerking: datum lijkt 4-2, maar document is van 24-2, mogelijk 4-3 bedoeld]
* [In rood middenonder:] is Bedr Chef besp. gehad. afgedaan 24-3-44 [paraaf]
* [In potlood links:] Copie [paraaf] * Kern van het geschil: Er is een administratief conflict tussen de havencontroleur (V/d Hoek) en de administratie van de markt. De controleur heeft schepen die als 'lichter' (drijvende opslag) fungeerden, belast als 'varende schepen'. Dit resulteert in hogere kosten of een andere frequentie van kadegeld.
* Locatie-problematiek: De schepen lagen aan de Weesperzijde. Omdat de officiële aanwijzing als 'hulpmarkt' voor een specifiek deel van de kade blijkbaar nog niet rond was (of verlopen was), ontstond er verwarring over de regels en tarieven die daar golden.
* Logistieke hinder: Het document wijst op de praktische gevolgen van de bureaucratie: schippers zonder nieuwe lading blijven liggen, maar kunnen niet formeel worden weggestuurd of gereguleerd omdat de status van de locatie onduidelijk is, wat de doorstroming van andere schepen belemmert.
* Besluitvorming: De aantekeningen onderaan tonen de ambtelijke weg. De zaak is besproken met de Bedrijfschef en uiteindelijk op 24 maart 1944 als 'afgedaan' beschouwd. Dit document stamt uit februari/maart 1944, midden in de bezettingstijd. De Centrale Markt van Amsterdam speelde een cruciale rol in de voedselvoorziening van de stad. Vanwege de oorlogsomstandigheden en de enorme toevoer per as en water, werden kades zoals die aan de Weesperzijde tijdelijk ingericht als 'hulpmarkten'. De bureaucratie rondom kadegelden en de status van schepen (lichter vs. varend) was essentieel voor de financiering van de marktdiensten, maar leidde blijkbaar tot frictie tussen de uitvoerende controleurs en de marktmeesters in een tijd waarin efficiënte voedseldistributie van levensbelang was.