Officieel besluit van het College van Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Officieel besluit van het College van Burgemeester van Amsterdam. April 1943 (exacte dag niet ingevuld). No. 2$^A$/5/7 M. 1943 $^{16}/_{7}$ [handgeschreven]
Markth. [handgeschreven]
[paraaf/stempel onleesbaar]
No. 217 L.M. 1942
Verhooging krediet bouw aardappelhutten en krediet ten behoeve van de verbetering van die hutten.
Ten behoeve van den bouw van 15 aardappelhutten op het terrein van de Centrale Markt besloot de Burgemeester op 1 Mei 1942 een krediet toe te staan van $f$ 90.000,- welk besluit de Secretaris-Generaal van het Departement van Binnenlandsche Zaken op 26 Mei d.a.v. goedgekeurde (A. N : 12524).
Er kan thans worden aangenomen, dat de bouwkosten in ieder geval niet meer dan $f$ 115.000,- beloopen. De toegestane gelden zijn derhalve met $f$ 25.000,- overschreden. Deze overschrijding werd in hoofdzaak veroorzaakt door de ongunstige omstandigheid, dat de begrooting van dit werk was opgemaakt in Maart 1942, terwijl de bouw eerst kon plaats hebben in het najaar. In dit tijdsverloop heeft de materiaalpositie weder een ongunstige wijziging ondergaan en deze verhooging van kosten in hoofdzaak veroorzaakt.
Het zal derhalve noodzakelijk zijn het reeds toegestane krediet van $f$ 90.000,- met rond $f$ 25.000,- te verhoogen.
Het is voorts noodzakelijk gebleken de dakconstructie te verbeteren, door het aanbrengen van een extra isoleerende laag tegen de binnenzijde van het dak. Tevens is het noodzakelijk om in de aardappelhutten een vloer van basaltine tegels aan te brengen, teneinde verschillende bezwaren te ondervangen. De kosten van het aanbrengen van deze verbeteringen worden te zamen op $f$ 24.600,- geraamd.
Deze uitgaven tot een totaal bedrag van $f$ 49.600,- of rond $f$ 50.000,- kunnen worden geregeld door afschrijving van den post voor onvoorziene uitgaven der Begrooting voor 1943.
Op grond van het vorenstaande wordt het volgende besluit genomen:
De Burgemeester van Amsterdam;
Gelet op de bepalingen der Achtste Verordening van den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied betreffende bijzondere maatregelen op administratief-rechtelijk gebied (Verordeningenblad 1941, Stuk 33, No. 152: Gemeenteblad afd. 4, volgn. 517);
B e s l u i t :
I het krediet voor den bouw van 15 aardappelhutten op de Centrale Markt groot $f$ 90.000,-, toegestaan bij zijn besluit van 1 Mei 1942, (No. 170), welk besluit is goedgekeurd bij besluit van den Secretaris-Generaal van het Departement van Binnenlandsche Zaken van 26 Mei d.a.v., onder A. N 12524, te verhoogen resp.:
a. wat dien bouw zelf betreft met $f$ 25.000,-
b. voor het aanbrengen van de noodige verbeteringen aan de aardappelhutten met " 24.600,-
Derhalve in totaal met $f$ 49.600,- of rond $f$ 50.000,-
II te zijner tijd over te gaan tot de financieele regeling van de onder I bedoelde uitgave.
HP Amsterdam, April 1943.
C.S. Stadhuis, De Burgemeester voornoemd,
A’dam, 4-’43.
No. 304
de Gemeentesecretaris,
--- * Kern van de zaak: Het document betreft een budgettaire bijstelling voor de bouw van 15 opslagplaatsen voor aardappelen op de Centrale Markt in Amsterdam. De oorspronkelijke begroting van 90.000 gulden bleek onvoldoende.
* Oorzaken van de overschrijding:
1. Inflatie en materiaaltekort: De prijzen voor bouwmaterialen stegen aanzienlijk tussen maart 1942 (begroting) en het najaar van 1942 (uitvoering).
2. Technische verbeteringen: Er werd besloten tot extra isolatie en het leggen van basaltine tegelvloeren om de kwaliteit van de aardappelopslag te waarborgen.
* Financiering: De extra kosten van circa 50.000 gulden worden gedekt uit de post "onvoorziene uitgaven" van de begroting van 1943.
* Juridische basis: Er wordt verwezen naar de "Achtste Verordening" van de Rijkscommissaris. Dit was een cruciaal instrument van de bezetter om het bestuur in Nederland naar Duits model te stroomlijnen, waarbij de bevoegdheden van de gemeenteraad waren overgegaan op de burgemeester.
--- Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De voedselvoorziening was een kritieke aangelegenheid; een goede opslag van aardappelen was essentieel om de stad gedurende de wintermaanden te kunnen voeden. De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam) speelde hierbij een centrale rol.
Economisch gezien illustreert het document de schaarste aan bouwmaterialen en de stijgende kosten die inherent waren aan de oorlogseconomie. Bestuurlijk gezien toont het de gewijzigde machtsstructuur: burgemeester Edward Voûte nam dit besluit eenzijdig, zonder raadpleging van een gemeenteraad (die door de bezetter was ontbonden), maar wel met goedkeuring van de door de Duitsers gecontroleerde centrale overheid. De formele, ambtelijke toon van het document maskeert de grimmige realiteit van de bezettingstijd.