Handgeschreven brief met ambtelijke aantekeningen.
Origineel
Handgeschreven brief met ambtelijke aantekeningen. 2 juni 1944 (hoofddatum), met diverse behandeldata in juni en juli 1944. K.A. Goldstein, Daniel Stalpertstraat 98 II, Amsterdam. Vermoedelijk de Marktmeester of een inspecteur van de Dienst der Markten te Amsterdam. [Bovenaan links:]
№ 2/2/1 M.1944 5/6
[Bovenaan rechts:]
2-6-1944
17
[Hoofdtekst:]
Mijnheer
Daar ik elken zomer met bloemen sta op de Albert Cuijpstraat zoo wou ik u vragen of u voor mij een briefje heeft dat ik een erkenningskaart aan kan vragen in de Haag dat ik met bloemen mag staan en kan koopen.
U d W d [Uw Dienstwillige Dienaar]
K.A. Goldstein
Daniel Stalpertstraat 98 II
Amsterdam.
[Aantekening rechts van de naam:]
Goldstein heeft vrijwel uitsluitend gehandeld in ijs en visch
[Aantekeningen in de linker marge en midden:]
(Zwart:) Ar. vellverherder(?), advies 9-6-44 det [geparafeerd]
(Rood, uiterst links:) Eerst zoek schr [schrijven] uitgegaan daarnaar wegens papieren gebrek overwogen 20-7-44
(Rood omcirkeld in het midden:) v/z briefje u verstrekt 26-7-44 [geparafeerd]
[Onderaan, ambtelijk rapport/advies:]
Hi Inspecteur
(Goldstein heeft inderdaad des zomers soms in bloemen gehandeld.)
Hoofdzakelijk waren van consumptie-ijs (zomers) of ger. [gerookte] visch (s winters).
Omtrent hem wordt, voorzoover mij bekend altijd betrouwd voor het bezitten van een marktplaatsje: gehuurd.
M.i. [Mijns inziens] bestaat dan ook geen bezwaar, dat hij te Cuijpstraat plaats inneemt v d [van de] ... [onleesbaar]
m.i. geen bezwaar.
10-7-44 det [geparafeerd]
Amst. 7-7-44
G Moormann [?] * Verzoek: De heer Goldstein verzoekt om een ondersteunende verklaring ("briefje") om in Den Haag een "erkenningskaart" aan te vragen. Deze kaart was tijdens de bezetting nodig om legaal handel te mogen drijven en goederen (in dit geval bloemen) te mogen inkopen.
* Ambtelijke afhandeling: De inspecteur (mogelijk Moormann) bevestigt dat de aanvrager bekend staat als een betrouwbare marktkramer die normaal gesproken in consumptie-ijs en gerookte vis handelt, maar 's zomers ook bloemen verkoopt.
* Opvallend: Het proces lijkt traag te verlopen; er is een notitie over "papieren gebrek" die de afhandeling vertraagt. Uiteindelijk lijkt het gevraagde briefje op 26 juli 1944 te zijn verstrekt.
* Schrift: Het document bevat een mix van een formeel verzoekschrift in een klassiek cursief handschrift en snelle, ambtelijke kanttekeningen. Dit document stamt uit de late fase van de Duitse bezetting van Nederland (juni/juli 1944). De Albert Cuypmarkt was ook toen een centraal punt voor de Amsterdamse handel, al was deze zwaar gereguleerd door de bezetter.
De naam "Goldstein" duidt mogelijk op een Joodse achtergrond. In 1944 was het voor Joodse Amsterdammers nagenoeg onmogelijk om nog legaal op de markt te staan, tenzij zij een uitzonderingsstatus hadden (bijvoorbeeld door een gemengd huwelijk). De positieve insteek van de inspecteur ("geen bezwaar") en het feit dat de aanvraag in behandeling wordt genomen, is in dat kader historisch interessant. De verwijzing naar "De Haag" (Den Haag) slaat op de Rijkscommissaris voor de prijzen of een ander centraal orgaan dat de handelsvergunningen in oorlogstijd beheerde. Goldstein verzoekt (De heer) K.A. Goldstein