Brief met ambtelijke kanttekeningen.
Origineel
Brief met ambtelijke kanttekeningen. 18 mei 1944 (met aantekeningen tot 9 juni 1944). I. K. A. Oosterloo - Somme, de Lairessestraat 78 II, Amsterdam Zuid. Onbekend, geadresseerd als "Edelachtbare Heer" (vermoedelijk de burgemeester of een hoge functionaris bij de voedselvoorziening). [Stempel linksboven:]
Nº 476 L.M. 1944 20/5
LM
[Marginalia linksboven:]
hr Kamperman vragen of voor dergelijke gevallen ook een regeling is getroffen als voor de suikerzieken. --
[paraaf]
van dergelijke gevallen is geen regeling getroffen en dnk. wel dat op eigen houtje ook niet doen
9 Juni 44 [paraaf]
[Rechtsboven:]
A'dam 18 Mei 1944
[Marginalia rechtsboven in rood potlood met pijl omlaag:]
wenden tot Plaatselijk Voedselbureau
[Hoofdtekst:]
Edelachtbare Heer,
Gaarne zou ik het volgende onder Uwe aandacht willen brengen.
Ik ben dieetpatient en mag alleen lof schorseneeren worteltjes of blaauwkool als groente eten, en ben op het oogenblik alleen op de laatste twee aangewezen. Ik heb een attest van mijn Dokter gevraagd en opgestuurd naar de medische afdeeling Singel omdat ik donderdag voor Paschen het laatste keer groente gehad heb en nadien niets meer. Nu blijkt de groente voorziening echter alleen voor suikerzieken te zijn. Hoe kom ik nu aan groente, aardappelen mag ik ook niet eten, krijg dan macaroni in water gekookt, omdat ik ook geen melk mag gebruiken. Ik heb op deze manier werkelijk gebrek.
Zou U daar nu niets op kunnen vinden dat menschen als ik ook groente krijgen.
Hopende op Uw welwillende medewerking verblijf ik
met de meeste Hoogachting
I. K. A. Oosterloo - Somme
[Linksonder:]
de Lairessestr 78 II
A'dam Z. Dit document is een aangrijpende getuigenis van de individuele nood tijdens de Duitse bezetting in Nederland. De schrijfster, I.K.A. Oosterloo-Somme, bevindt zich in een wanhopige positie: door een medische aandoening is haar dieet uiterst beperkt. Ze mag geen aardappelen of melk (basisbehoeften die toen al schaars waren), maar enkel specifieke groenten zoals schorseneren of "blaauwkool".
De kern van haar klacht is de bureaucratische starheid van het distributiesysteem. Hoewel ze een doktersverklaring heeft ingediend, krijgt ze te horen dat extra groenterantsoenen enkel voor "suikerzieken" (diabetici) zijn gereserveerd. Haar uitspraak "Ik heb op deze manier werkelijk gebrek" duidt op beginnende hongersnood op individueel niveau, nog voordat de beruchte Hongerwinter van 1944-1945 officieel begon.
De ambtelijke aantekeningen in de marge tonen de afhandeling van het verzoek. Er wordt intern nagevraagd (bij een 'hr Kamperman') of er regelingen zijn voor dergelijke gevallen. Het antwoord op 9 juni is negatief: er is geen regeling en men is niet geneigd "op eigen houtje" uitzonderingen te maken. De rode aantekening verwijst de vrouw door naar het Plaatselijk Voedselbureau, wat in de praktijk vaak neerkwam op een bureaucratisch kastje-naar-de-muur. In mei 1944 was de voedselsituatie in de Nederlandse steden reeds zeer precair. Het distributiestelsel, beheerd door de Rijksdienst voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd, probeerde de schaarste te beheersen via bonkaarten. Voor zieken bestonden er inderdaad speciale regelingen (toeslagen op rantsoenen), maar deze waren aan zeer strikte voorwaarden verbonden om fraude en misbruik te voorkomen.
De brief is geschreven vanuit de chique De Lairessestraat in Amsterdam-Zuid, wat aantoont dat de voedselschaarste alle lagen van de bevolking trof, hoewel de impact voor zieken en ouderen die afhankelijk waren van specifieke producten het grootst was. Dit document illustreert het spanningsveld tussen de menselijke behoefte aan overleving en de kille, ambtelijke uitvoering van regels in een tijd van totale oorlog en bezetting.