Officiële brief/kennisgeving (doorslag of kopie voor archief).
Origineel
Officiële brief/kennisgeving (doorslag of kopie voor archief). 24 maart 1939. [Handgeschreven, linksboven:] 28/30/2 M
[Handgeschreven, midden boven:] Verzonden 24/3
[Handgeschreven, rechtsboven:] M. de Boer
[Getypt, rechtsboven:] VP/G.
[Getypt:]
24 Maart 1939
Mej. E.S. Bouma-Hopman,
De Kempenaerstraat 74 III,
Amsterdam-West.
Wyk 19A.
Naar aanleiding van Uw briefkaart ingekomen op 16 dezer verleen ik hierby aan Mej. H. Hopman-Gongryp gedurende ten hoogste drie maanden na dato dezes, in verband met haar gezondheidstoestand, uitstel van haar verplichting om regelmatig op de markt Lindengracht een plaats te bezetten. Zy dient echter zorg te dragen, dat het ook tydens haar afwezigheid verschuldigde marktgeld geregeld aan den op voormelde markt dienstdoenden ambtenaar wordt betaald.
De Directeur, * Inhoud: De brief is een officiële beschikking waarin uitstel wordt verleend aan een marktkraamhoudster (Mej. H. Hopman-Gongryp) voor het bezetten van haar staanplaats op de Lindengracht markt in Amsterdam.
* Aanleiding: Een verzoek per briefkaart, ingediend op 16 maart 1939, vanwege de gezondheidstoestand van de betrokkene.
* Voorwaarden:
1. Het uitstel is tijdelijk (maximaal drie maanden).
2. Het marktgeld (de staanplaatsvergoeding) moet ondanks de afwezigheid gewoon doorbetaald worden aan de dienstdoende ambtenaar.
* Taalgebruik: Het document hanteert de destijds gebruikelijke formele spelling en stijl (bijv. "hierby", "tydens", "na dato dezes"). Opvallend is het gebruik van de "y" waar tegenwoordig "ij" wordt gebruikt, wat vaak voorkwam in ambtelijke getypte stukken uit die periode. Dit document stamt uit het voorjaar van 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Het geeft inzicht in de strikte regulering van de Amsterdamse markten (zoals de bekende Lindengrachtmarkt in de Jordaan). Marktkraamhouders hadden een 'bezetverplichting': als men zonder geldige reden of toestemming wegbleef, kon men de vergunning voor de staanplaats verliezen.
De brief is gericht aan Mej. E.S. Bouma-Hopman, vermoedelijk een familielid of zaakwaarneemster van de zieke Mej. H. Hopman-Gongryp. Het feit dat de brief is ondertekend door "De Directeur" (waarschijnlijk van de Dienst van het Marktwezen) onderstreept de hiërarchische en bureaucratische afhandeling van dergelijke sociale en medische kwesties in die tijd. De handgeschreven notitie "Verzonden 24/3" dient als administratieve verificatie voor het archiefdossier. E.S. Bouma H. Hopman M. de Boer Marktwezen