Handgeschreven brief (klaagschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (klaagschrift). Circa september 1941 (gebaseerd op ambtelijke aantekening 14-9-41). De transcriptie volgt de originele spelling, interpunctie en regelafbreking.
Dat doet mijnheer Elspe met cirka 800 klanten als hij
doch de bonnen van ze heeft kan hij ze bedienen of hij moet
niet geen bonnen zooveel aannemen, of dienen onze bonnen van
ons wij staanders ook voor de bevoorrechte uitbreng klant?
schijnt wij minder bij de Heer Elspe worden getaxeerd.
Nu vraag ik is dat billijk? gelijke monniken enz.
u zal misschien zeggen neem dan een anderen aparte
handelaar, maar 't is voor ons nauwelijks met de niet prettig
met voor een stempel van de eene handelaar op de kaart dan
de volgende maand bij een ander te gaan, die kaarten duren
een half jaar en dan blijf je hangen, maar mocht de
distributie doorgaan dan verander ik en vele anderen
maar eerst onze duiven. Hopende dit schrijven voor
ons iets ten goede mag uitwerken en beleefd dankende
voor 't in beslag nemen van uw tijd namens anderen
en mezelf.
Hoogachtend
M. E. Munscher. Heemen
Jan Houweningestraat 17. (huis)
[In de kantlijn in rood potlood:]
Beh. Klop
in onderzoek
3 rapport
14-9-41
[Paraaf]
[Lijst met mede-ondertekenaars:]
H. Tegelaar v.
J. H. Warmhoudt
L. Wenink
Wed. Bon Scholten
G. De Kok
A. v Leeuwen
Gerritsen [?]
C. M. Roos
J. de Jonge
v Houweningestr. 19. huis De brief is een uiting van onvrede over de distributie van schaarse goederen (vermoedelijk kolen) tijdens de Duitse bezetting. De kern van de klacht is de ongelijke behandeling door handelaar Elspe. De schrijver maakt onderscheid tussen de "staanders" (klanten die zelf hun brandstof komen afhalen en in de rij moeten staan) en de "bevoorrechte uitbreng klant" (klanten bij wie aan huis wordt geleverd).
De briefschrijver wijst op de praktische problemen van het distributiesysteem: men zit voor een half jaar vast aan een gekozen handelaar vanwege de stempels op de distributiekaart ("dan blijf je hangen"). Er wordt gedreigd met een collectieve overstap naar een andere handelaar zodra de huidige periode afloopt. De opvallende zin "maar eerst onze duiven" zou kunnen wijzen op de zorg voor huisdieren/hobbydieren die ook verwarming of specifieke zorg behoefden, of het is een lokale uitdrukking voor het afmaken van lopende zaken.
De ambtelijke aantekeningen in rood linksboven tonen aan dat de klacht serieus is genomen door de distributiedienst: er is een onderzoek ingesteld en een rapport opgemaakt op 14 september 1941. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was in Nederland bijna alles "op de bon". Brandstof (kolen) was een van de meest kritieke producten. Burgers moesten zich registreren bij een specifieke handelaar. Dit leidde vaak tot willekeur door handelaren, die hun vaste of rijkere klanten ("uitbreng klanten") voortrokken boven de gewone man die in de rij moest staan. De Jan Houweningestraat bevindt zich in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt, een typische arbeidersbuurt uit die tijd, wat de collectieve verontwaardiging in deze brief verklaart. De uitdrukking "gelijke monniken, gelijke kappen" onderstreept de roep om rechtvaardigheid in tijden van schaarste.