Brief (klachtbrief).
Origineel
Brief (klachtbrief). 7 september 1944. Namens een groep ontevreden klanten (ondertekening niet expliciet leesbaar, mogelijk op de achterzijde). [Stempel linksboven:] № 2e/66/1
[Stempel midden boven:] M. 1944 13/9
[Datum rechtsboven:] 7. September. 1944.
Aan de derecteur Centrale Markt.
Mijnheer!
Namens anderen en mijzelf betuigen wij onze ontevreden-
heid over de bediening van de groente handelaar den heer "Elffé"
Hugo de Grootplein telefoon 86745. Wij hebben ons laatste
fruit (6 September) ontvangen voor de derde keer peeren, maar de
2 ons druiven van de vorigen periode nog niet, bij navraag
wordt er gezegd dat komt nog, maar wanneer? Als het net zoo
gaat als verleden winter met de uien dan weten wij het wel
die hebben wij niet gehad. alhoewel er destijds zakken uien in de
zaak stonden en het heette toen alleen voor schippers. Aardbeien
heb ik en vele anderen nooit gehad. pruimen evenmin en waarom
nooit eens appelen. Al is mijnheer Elffé ook groothandelaar die
wellicht de hand boven 't hoofd wordt gehouden, dan springt hij
toch raar met zijn klanten om, en verdeelt niet naar recht.
Bij dezen handelaar is al 't goede voor de uitbreng klanten en
wij die uren in de rij staan moeten nemen wat er over is. b.v. is
er veel groente dan verkoopt hij aan iedereen ook die geen bon heeft
ingeleverd, met gevolg dat zich om 9 uur reeds een rij vormt die
de eerste keus heeft. dan nog alles wat goed en bijzonder is voor
de uitbreng klanten en komen dan de menschen met klanten-
kaart om +/- elf of half uur omdat dan pas dikwijls de wagen
komt dan staan die dikwijls er naast. al sta je tot 1 uur
dikwijls, krijgen weinig of niets maar achter in de zaak dik
op voor de uitbreng klanten.
[Onderaan rechts:] z.o.z.
[Rode stempel onderaan:]
Mondeling afgedaan
[Paraaf] Het document is een felle klachtbrief over de oneerlijke distributie van schaarse levensmiddelen tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De kernpunten zijn:
- Favoritisme: De groenteman, de heer Elffé, wordt beschuldigd van het voortrekken van "uitbreng klanten" (waarschijnlijk klanten die laten bezorgen of groothandelsrelaties) boven de gewone mensen die in de rij staan.
- Corruptie en Zwarte Handel: De schrijver suggereert dat er groenten (zoals uien) worden achtergehouden onder het mom dat ze voor "schippers" zijn, terwijl ze in de winkel zichtbaar zijn. Ook wordt er verkocht aan mensen zonder distributiebonnen, wat de voorraad voor rechtmatige kaartmensen uitput.
- Schaarste: De brief noemt specifiek peren, druiven, uien, aardbeien, pruimen en appelen. Het feit dat men voor "2 ons druiven" een officiële klacht indient, illustreert de extreme voedselschaarste in september 1944.
- Sociale Onrust: De toon is geagiteerd. De zinsnede "wellicht de hand boven 't hoofd wordt gehouden" duidt op een diep wantrouwen jegens de autoriteiten en de handelaar. De datum, 7 september 1944, is zeer betekenisvol. Dit is twee dagen na "Dolle Dinsdag". Terwijl het zuiden van Nederland al gedeeltelijk bevrijd was, raakte het westen (waaronder Amsterdam) steeds meer geïsoleerd. Dit was het begin van de periode die zou leiden tot de Hongerwinter.
De Centrale Markt in Amsterdam was het distributiepunt voor de stad. Klachten over winkeliers die sjoemelden met de beperkte voorraden waren aan de orde van de dag. De rode stempel "Mondeling afgedaan" suggereert dat de inspectie van de markt de klacht heeft besproken met de winkelier of de klager, maar dat er geen formele juridische actie (zoals een proces-verbaal) uit is voortgevloeid, wat vaak gebeurde bij dergelijke burgerklachten door de enorme chaos in die dagen.