Officieel rapport van een controleur.
Origineel
Officieel rapport van een controleur. 11 oktober 1944 (met een kanttekening van 12 oktober 1944). R A P P O R T
Naar aanleiding van bijgaande klacht over den kleinhandelaar
J. Holla, wonende Cabotstraat alhier, heb ik een onderzoek ingesteld en
gehoordden bedoelden kleinhandelaar die mij verklaarde dat hij op de
volgende data fruit heeft gehad voor al zijn klanten en dat ook
inderdaad aan zijn klanten zou hebben verkocht.
13 September 1944 fruit gehad en verkocht aan zijn klanten op 13 en
14 September. Op 18 September appelen voor alle klanten.
Op 30 Sptember appelen voor alle klanten.
Op 5 October druiven voor alle klanten.
Op 10 October appelen voor alle klanten.
De klager R.L. Rijnja, wonende Hoofdweg 261 huis moet, als hij klant
is bij Holla, na 12 September 1944, datum waarop klacht werd ingezonden
eenige malen fruit hebben gehad.
Amsterdam 11 October 1944
Controleur,
[Handtekening]
Den Heer Bedrijfschef
Van de Centrale Markt.
[Handgeschreven in rode/bruine inkt onderaan links:]
Hoe is bovenstaande te rijmen
met de klacht?
Rijnja. Klager ontkende en
nader horen.
12-10-44
[Paraaf] Het document is een ambtelijk verslag over een vermeende onregelmatigheid in de voedselvoorziening tijdens de bezettingstijd. De kern van de zaak is een klacht van de heer Rijnja, die stelt dat hij als klant bij groenteman Holla geen fruit heeft ontvangen. De controleur voert een onderzoek uit bij de winkelier, die een nauwkeurige lijst overlegt van data waarop hij appels en druiven aan "alle klanten" zou hebben verkocht.
Opvallend is de bureaucratische afhandeling: de controleur lijkt in eerste instantie de kant van de winkelier te kiezen door te concluderen dat de klager fruit "moet hebben gehad". De handgeschreven kanttekening van de superieur op 12 oktober toont echter een kritische houding: hij zet vraagtekens bij de beweringen van de winkelier omdat de klager blijft ontkennen ("Klager ontkende"), en gelast een vervolgonderzoek ("nader horen"). Dit document stamt uit oktober 1944, een kritieke periode in de Nederlandse geschiedenis. Na de geallieerde opmars in september (onder andere de Slag om Arnhem) en de daaropvolgende spoorwegstaking, ontstonden er in het nog bezette westen van Nederland grote voedseltekorten. Dit was het directe voorstadium van de Hongerwinter.
In deze tijd van extreme schaarste was de verdeling van vers voedsel zoals appels en druiven strikt gereguleerd via de Centrale Markt in Amsterdam. Er was veel wantrouwen tussen burgers en winkeliers; er werd vaak gevreesd dat handelaren producten achterhielden voor de zwarte markt of voor 'vriendjes'. Dit rapport illustreert hoe de overheid (de Crisis-Controle-Dienst of een gelieerde instantie) probeerde grip te houden op de eerlijke distributie van de schaarse rantsoenen door middel van inspecties en het verifiëren van klachten van burgers. De adressen (Cabotstraat en Hoofdweg) situeren dit incident in Amsterdam-West.