Getypte brief op officieel briefpapier (mogelijk doorslag).
Origineel
Getypte brief op officieel briefpapier (mogelijk doorslag). 31 maart 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Marktverordening of een vergelijkbare Amsterdamse dienst). Den Heer D.W. Hinse, Keizersgracht 598, Amsterdam-Centrum. extra
28/32/2 M
vP/G.
31 Maart 1939.
den Heer D.W. Hinse,
Keizersgracht 598,
Amsterdam-Centrum.
Wyk 5.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 17 dezer bericht
ik U, dat Mej. Kruisheer nimmer een vaste plaats op de markt
Lindengracht heeft gehad; wel was dit het geval met J.C. Pit-
ters, wiens plaats op grond van de desbetreffende bepalingen
van het Reglement op de Markten is ingetrokken. Daarin kan
geen verandering worden gebracht.
De Directeur, * Inhoud: De brief is een formeel antwoord op een schrijven van 17 maart 1939. De directeur informeert de heer Hinse over de status van marktkraampjes op de Lindengracht. Hij stelt dat Mej. Kruisheer nooit een vaste plek heeft gehad. J.C. Pitters had deze wel, maar deze is conform de reglementen ingetrokken. De beslissing wordt als onherroepelijk gepresenteerd.
* Stijl en toon: Zakelijk, ambtelijk en kordaat. De tekst bevat typisch 20e-eeuwse ambtelijke formuleringen zoals "d.d. 17 dezer" (van de 17e van deze maand) en "wiens".
* Vorm: De brief is met een schrijfmachine opgesteld. De vermelding "Wyk 5" bij het adres duidt op de oude administratieve wijkindeling van Amsterdam. * Historische context: De brief dateert van vlak voor de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. In maart 1939 was de mobilisatie nog niet een feit, maar de spanning in Europa nam toe. Voor het dagelijks leven in Amsterdam bleven zaken als de marktvergunningen echter van groot belang voor het levensonderhoud van kleine ondernemers.
* Locatie: De Lindengrachtmarkt in de Jordaan is een van de oudste en bekendste markten van Amsterdam. De strikte regulering van "vaste plaatsen" wijst op een systeem waarbij vergunningen schaars en waardevol waren.
* Administratieve context: De brief lijkt afkomstig van een gemeentelijke instantie die toezicht hield op de openbare markten (het Marktwezen). De verwijzing naar het "Reglement op de Markten" bevestigt dat de besluitvorming gebaseerd was op lokale verordeningen. De ontvanger, de heer Hinse, trad mogelijk op als gemachtigde of adviseur voor de genoemde personen. D.W. Hinse J.C. Pit J.C. Pitters Marktwezen