Inspectierapport / Proces-verbaal betreffende prijsbeheersing.
Origineel
Inspectierapport / Proces-verbaal betreffende prijsbeheersing. Omstreeks september 1944 (gebaseerd op de referentie naar de prijslijst van 13/9-44). [In de marge linksboven:] 27
[In de marge linksboven, doorgestreept:] 20/8/31
Aan den Heer Inspecteur
Marktwezen.
Alhier
Wij controleerden heden den verkoop in
de winkel van fa. G. van Vliet. Aalsmeerweg 55
Amsterdam-West, en constateerden dat van Vliet
kook-appelen (hij had een partijtje appelen liggen
waarvan het meeste van door en door rot was) verkocht
voor f 0.38 p. kg., terwijl de prijs is f 0.15 per kg.
Kookappelen (zuur) zie prijslijst 13/9-44
Wij zijn begonnen met het partijtje uit te
verkopen voor f 0.15 per kg. De menschen namen
het graag, hoewel het een zoodje rommel was.
Van Vliet verklaarde hieromtrent het
volgende: Ik heb in combinatie met mijn
broer J. v. Vliet - Warmondstraat 180 en
met fa. de Broek - Heemstedestraat 18; een
partij appelen en peren gekocht van de firma
Keizer - Centrale Markt. Hal 28. voor prijs volgens
bijgaande factuur. Voor de peren moesten wij
f 0.37 per kg en voor de appelen f 0.26 ½ per kg.
betalen. Hier is z.g.n. gevarengeld à f 0.10 per kg. Dit document is een verslag van controleurs van het Marktwezen die een winkelier in Amsterdam-West hebben betrapt op prijsopdrijving. De kern van het geschil is dat Van Vliet appelen verkocht voor 38 cent per kilo, terwijl de officieel vastgestelde prijs slechts 15 cent was.
Opvallend is de directe actie van de controleurs: zij dwongen de winkelier ter plekke om de resterende voorraad tegen het wettelijke tarief te verkopen. De opmerking dat de klanten de deels rotte appelen ("zoodje rommel") desondanks graag kochten, getuigt van de grote voedselschaarste in die periode.
De verdediging van de winkelier is typerend voor de oorlogseconomie: hij stelt dat hij zelf al een veel te hoge inkoopprijs had betaald aan de groothandel op de Centrale Markt. Hij noemt hierbij specifiek een toeslag van 10 cent per kilo voor "gevarengeld", een term die in de oorlogsjaren werd gebruikt voor de extra kosten en risico's die gemoeid waren met transport en illegale handel onder het oog van de bezetter. Het document dateert van september 1944, de periode vlak voor de beruchte Hongerwinter in West-Nederland. Na de geallieerde opmars in het zuiden (september 1944) en de daaropvolgende spoorwegstaking, raakte de voedselvoorziening in steden als Amsterdam ernstig ontregeld.
De autoriteiten probeerden via het Marktwezen en de Prijsbeheersing de zwarte handel en excessieve prijzen tegen te gaan, maar winkeliers waren vaak zelf overgeleverd aan de zwarte markt om nog aan voorraad te komen. De genoemde locaties (Aalsmeerweg, Warmondstraat, Heemstedestraat) bevinden zich in de Hoofddorppleinbuurt en de nabijgelegen Schinkelbuurt in Amsterdam-West, destijds wijken waar de voedselcrisis hard toesloeg.