Archief 745
Inventaris 745-420
Pagina 529
Dossier 3
Jaar 1944
Stadsarchief

Getypt afschrift van een ambtelijke rapportage/proces-verbaal.

Vermoedelijk september 1944 (gebaseerd op tekstverwijzing naar prijslijst van 13 september 1944). Van: Ambtenaren van het Marktwezen (C. Lak en J.J.M. Bekkering). Aan: Den Heer Inspecteur Marktwezen, Amsterdam ("Alhier").

Origineel

Getypt afschrift van een ambtelijke rapportage/proces-verbaal. Vermoedelijk september 1944 (gebaseerd op tekstverwijzing naar prijslijst van 13 september 1944). Ambtenaren van het Marktwezen (C. Lak en J.J.M. Bekkering). Den Heer Inspecteur Marktwezen, Amsterdam ("Alhier"). A F S C H R I F T.

                                    Aan den Heer Inspecteur
                                        Marktwezen,

№ 2486/1 M.1944 /' A l h i e r.
===========

  Wij controleerden heden den verkoop in de winkel van fa.

G.van Vliet, Aalsmeerweg 55, Amsterdam-West en constateerden,
dat Van Vliet kroet-appelen (hij had een partijtje appelen lig-
gen waar het meeste van door en door rot was) verkocht voor
f. 0,38 kg., terwijl de prijs is f. 0,15 p.kg. Kroet-appelen
(zuur) zie prijslijst 13/9'44.

  Wij zijn begonnen met het partijtje uit te verkoopen voor

f. 0,15 per kg. De menschen namen het graag, hoewel het een
zootje rommel was.

  Van Vliet verklaarde hieromtrent het volgende: Ik heb in

combinatie met mijn broer J.van Vliet, Warmondstraat 180 en met
fa. v.d.Broek, Heemstedestraat 18, een partij appelen en peren
gekocht van de firma Keizer, Centrale Markt Hal 28 voor prijs
volgens bijgaande factuur. Voor de peren moesten wij f. 0,37
per kg. en voor de appelen f. 0,26 per kg. betalen. Hier is z.g.n.
gevaren geld à f. 0,10 per kg. inbegrepen. Ik verkoop ze zooals U
ziet voor f. 0,38 per kg. en ~~willen~~ toch niet hierdoor woeker-
winst te maken. Ik leg mij bij Uw beslissing, om de partij
voor f. 0,15 per kg. uit te verkoopen neer, maar meen toch dat
de fa. Keizer meer in overtreding is, door veel te hooger
vrachtprijs te vragen dan ik. De grossiersprijs is volgens prijs-
lijst 13/9'44 f. 0,12 per k.g.

  Ik, rapporteur U dit, omdat ik gaarne zou willen weten.

Mogen de grossiers gevarengeld berekenen en hoeveel?

  Zooals in bovenstaand geval, om een zootje afval f. 0,38

per k.g. te verkoopen, terwijl het geen stuiver per k.g. waard
is toch wel schunnig.

  Bijgaand factuur zou van Vliet gaarne terug ontvangen.
                            De ambtenaren van het Marktwezen,

                                    w.g. C.Lak
                                        J.J.M.Bekkering.

[Linkermarge, handgeschreven:]
Amen [?]

[Onderaan, handgeschreven in rood/bruine inkt:]
Afschrift + nota gezonden aan
Insp. Prijsbeheersching.

[Linksonder, handgeschreven:]
24/86/2 De kern van dit document is een rapportage over de handhaving van prijsbeheersing tijdens de Duitse bezetting in 1944. De ambtenaren van het 'Marktwezen' (een gemeentelijke dienst die toezicht hield op handel en markten) hebben een winkelier in Amsterdam-West betrapt op het verkopen van "kroet-appelen" (bedorven uitschot-appelen) tegen een prijs die meer dan het dubbele was van het wettelijk vastgestelde tarief (f 0,38 in plaats van f 0,15).

Opvallende elementen in de tekst:
- Kwaliteit vs. Vraag: Hoewel de appelen "door en door rot" waren en een "zootje rommel", kochten de mensen ze in die tijd van extreme schaarste graag zodra de prijs werd verlaagd naar het officiële niveau.
- Gevarengeld: De winkelier verdedigt zijn prijs door te wijzen op de inkoopprijs bij de grossier (firma Keizer), die "gevarengeld" (f 0,10 per kg) in rekening bracht. Dit verwijst naar de extra kosten en risico's voor transporteurs aan het einde van de oorlog, vanwege geallieerde luchtaanvallen op logistieke lijnen.
- Woeker: De term "woekerwinst" duidt op het maken van onredelijke winsten op schaarse eerste levensbehoeften, wat in oorlogstijd zwaar werd bestraft.
- Moraliteit: De rapporteurs tonen een moreel oordeel door de handel in dit "zootje afval" tegen dergelijke prijzen "schunnig" te noemen. Het document dateert van midden september 1944, de periode direct na Dolle Dinsdag (5 september 1944). De geallieerden waren genaderd tot de grote rivieren, de spoorwegstaking zou bijna beginnen en de voedselvoorziening in de grote steden raakte ernstig ontregeld.

De autoriteiten (zowel de bezetter als het Nederlandse ambtenarenapparaat) hanteerden strikte prijsvoorschriften via de 'Inspectie voor de Prijsbeheersching' om de zwarte handel en inflatie in te dammen. Dit document illustreert de bureaucratische realiteit van de naderende Hongerwinter: zelfs voor bedorven fruit werden officiële onderzoeken ingesteld om te voorkomen dat tussenhandelaren en winkeliers profiteerden van de wanhoop van de burgerbevolking. De vraag of grossiers "gevarengeld" mochten rekenen, toont aan dat de formele regels botsten met de gevaarlijke realiteit van de logistiek in een oorlogsgebied.

Samenvatting

De kern van dit document is een rapportage over de handhaving van prijsbeheersing tijdens de Duitse bezetting in 1944. De ambtenaren van het 'Marktwezen' (een gemeentelijke dienst die toezicht hield op handel en markten) hebben een winkelier in Amsterdam-West betrapt op het verkopen van "kroet-appelen" (bedorven uitschot-appelen) tegen een prijs die meer dan het dubbele was van het wettelijk vastgestelde tarief (f 0,38 in plaats van f 0,15).

Opvallende elementen in de tekst:
- Kwaliteit vs. Vraag: Hoewel de appelen "door en door rot" waren en een "zootje rommel", kochten de mensen ze in die tijd van extreme schaarste graag zodra de prijs werd verlaagd naar het officiële niveau.
- Gevarengeld: De winkelier verdedigt zijn prijs door te wijzen op de inkoopprijs bij de grossier (firma Keizer), die "gevarengeld" (f 0,10 per kg) in rekening bracht. Dit verwijst naar de extra kosten en risico's voor transporteurs aan het einde van de oorlog, vanwege geallieerde luchtaanvallen op logistieke lijnen.
- Woeker: De term "woekerwinst" duidt op het maken van onredelijke winsten op schaarse eerste levensbehoeften, wat in oorlogstijd zwaar werd bestraft.
- Moraliteit: De rapporteurs tonen een moreel oordeel door de handel in dit "zootje afval" tegen dergelijke prijzen "schunnig" te noemen.

Historische Context

Het document dateert van midden september 1944, de periode direct na Dolle Dinsdag (5 september 1944). De geallieerden waren genaderd tot de grote rivieren, de spoorwegstaking zou bijna beginnen en de voedselvoorziening in de grote steden raakte ernstig ontregeld.

De autoriteiten (zowel de bezetter als het Nederlandse ambtenarenapparaat) hanteerden strikte prijsvoorschriften via de 'Inspectie voor de Prijsbeheersching' om de zwarte handel en inflatie in te dammen. Dit document illustreert de bureaucratische realiteit van de naderende Hongerwinter: zelfs voor bedorven fruit werden officiële onderzoeken ingesteld om te voorkomen dat tussenhandelaren en winkeliers profiteerden van de wanhoop van de burgerbevolking. De vraag of grossiers "gevarengeld" mochten rekenen, toont aan dat de formele regels botsten met de gevaarlijke realiteit van de logistiek in een oorlogsgebied.

Kooplieden in dit dossier 12

Aanvoer week 10-15/4 1944:
P.S. Adres Zwanenburgwal
Aflevering week 10-15/4 1944:
Bruseker A.M.R. Waterlooplein 5
Komkommers, kropsla, radys en tomaten Waterlooplein 9 %
Komkommers, kropsla, radys en tomaten Waterlooplein 10 %
Komkommers, kropsla, radys en tomaten Waterlooplein 10 %
Voorraad op 15 April 1944 des avonds:
Voorraad op 8 April 1944:

Gerelateerde Documenten 6