Ambtelijke brief/adviesnota betreffende een verzoek om ontheffing.
Origineel
Ambtelijke brief/adviesnota betreffende een verzoek om ontheffing. 13 juli 1944. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Marktwezen of een gelieerde Amsterdamse gemeentelijke dienst). Handgeschreven paraaf/naam bovenaan lijkt "Schuller". 21/15/2M. SV.
13 Juli 1944.
ontheffing brandstoffen-
marktgeld ten name van
C.Dogger.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat C.Dogger, wonende Pl.Muidergracht 113-115, alhier, die voor het kalenderjaar 1944 met een dekschuit no. 570 groot 46 ton, ligplaats aan een brandstoffenmarkt te dezer stede had ingenomen, met ingang van 6 Juli 1944 dit vaartuig heeft verkocht. Dogger voornoemd, wiens vaartuig op 6 Juli 1944 van de markt is vertrokken, verzoekt hem ontheffing van marktgeld te verleenen.
Van het terzake verschuldigde marktgeld ad f.46.-- zijn 2 termijnen à f. 11,50 = f. 23.-- voldaan. Indien Dogger zijn vaartuig per maand en per week ligplaats had doen innemen, zou hij tot 6 Juli 1944 verschuldigd zijn geweest: 6 x 46 x f. 0,10 = f. 27,60 + 1 x 46 x f. 0,2 1/2 = f. 1,15 is tezamen: f. 28,75 ; tenmin betaald f.5,75, zoodat aan Dogger voornoemd ontheffing ware te verleenen tot een bedrag van f. 23.-- - f. 5,75 = f. 17,25.
/ te
Ik heb de eer U beleefd te verzoeken wel/willen bevorderen, dat op gronden van billijkheid bij besluit van den Burgemeester, krachtens de bepalingen van artikel 10 van de Verordening op de Heffing van markt-, standplaats- en ventgelden, aan Dogger voornoemd ontheffing van marktgeld wordt verleend tot een bedrag van f. 23.-- - f.5,75 = f. 17,25.
De Directeur, * Inhoud: De brief behandelt een verzoek van een schipper, C. Dogger, die zijn ligplaats op de brandstoffenmarkt heeft opgezegd omdat hij zijn dekschuit heeft verkocht. Hij vraagt om ontheffing (kwijtschelding) van het resterende marktgeld voor het jaar 1944.
* Berekening: De jaarlijkse kosten waren 46 gulden. Dogger had reeds de helft (23 gulden) betaald. De directeur rekent uit wat Dogger verschuldigd zou zijn geweest als hij per maand/week had betaald tot aan de verkoopdatum (6 juli). Dat bedrag is 28,75 gulden. Omdat Dogger pas 23 gulden heeft betaald, heeft hij feitelijk 5,75 gulden te weinig betaald ten opzichte van het kortetermijntarief. De directeur adviseert daarom om van de resterende schuld van 23 gulden een bedrag van 17,25 gulden kwijt te schelden, zodat Dogger in totaal op het bedrag van 28,75 gulden uitkomt.
* Juridische grondslag: Er wordt verwezen naar artikel 10 van de "Verordening op de Heffing van markt-, standplaats- en ventgelden". Het besluit moet uiteindelijk door de Burgemeester worden genomen op gronden van billijkheid. * Tijdsperiode: De brief is geschreven in juli 1944, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Dit was een periode van grote schaarste aan brandstoffen. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" speelde een cruciale rol in de distributie van schaarse goederen en het toezicht op markten.
* Vervoer over water: Dekschuiten waren essentieel voor het transport van goederen zoals turf, hout en kolen door de Amsterdamse grachten.
* Administratieve stijl: De brief is geschreven in een zeer formele, ambtelijke stijl die typerend was voor die tijd ("Ik heb de eer U te berichten", "beleefd te verzoeken"). Ondanks de oorlogstijd ging de bureaucratische afhandeling van lokale belastingen en verordeningen gewoon door.