Archiefdocument
Origineel
8 september 1944. De Directeur (waarschijnlijk van de betreffende gemeentelijke dienst, zoals de Marktdienst). [Rechtsboven handgeschreven paraaf: onleesbaar, mogelijk Schm...]
[Rechtsboven stempel: SV]
21/20/211. SV.
8 September 1944.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat T.v.d.
Pal, De Wittenstraat 38, alhier, die voor het kalenderjaar
1944 met een vaartuig no. 1434, groot 58 ton, ligplaats
aan een brandstoffenmarkt te dezer stede had ingenomen,
met ingang van 19 Augustus 1944 dit vaartuig aan de
Duitsche Autoreiteiten heeft moeten afstaan. V.d. Pal voor-
noemd, verzoekt hem restitutie van marktgeld te verleenen.
Het terzake verschuldigde marktgeld f. 58.- is
in zijn geheel voldaan. Indien v.d.Pal voornoemd zijn
vaartuig per maand en per week ligplaats had doen innemen,
zou hij tot 19 Augustus jl. verschuldigd zijn geweest:
7 x 58 x 10ct. = f. 40,60 + 3 x 58 x 2½ct. = f. 4,35 is
tezamen f. 44,95, zoodat aan v.d.Pal voornoemd restitutie
ware te verleenen tot een bedrag van f. 58.- - f. 44,95=
f. 13,05.
Ik heb de eer U beleefd te verzoeken wel te willen
bevorderen, dat op gronden van billijkheid bij besluit
van den Burgemeester, krachtens de bepalingen van artikel
36 van de Verordening op de Heffing van markt-, standplaats-
en ventgelden, aan v.d. Pal voornoemd restitutie van markt-
geld wordt verleend tot een bedrag van f. 13,05.
De Directeur, Dit document is een ambtelijk schrijven waarin wordt verzocht om een gedeeltelijke teruggaaf (restitutie) van betaald marktgeld aan een burger, de heer T. v.d. Pal. De aanleiding is het feit dat zijn schip (58 ton) op 19 augustus 1944 is gevorderd door de "Duitsche Autoreiteiten". Omdat hij voor het hele jaar vooruit had betaald, maar vanaf midden augustus geen gebruik meer kon maken van de ligplaats bij de brandstoffenmarkt, wordt een herberekening gemaakt.
De berekening is gebaseerd op de werkelijke tijd dat de ligplaats is gebruikt, verrekend tegen de tarieven voor kortere periodes (maand- en weektarief). Het verschil tussen het reeds betaalde jaarbedrag (f. 58,-) en de berekende kosten tot aan de vordering (f. 44,95) komt neer op f. 13,05. De directeur adviseert de wethouder om dit bedrag op basis van "billijkheid" terug te laten betalen. De datum van de brief, 8 september 1944, is zeer betekenisvol. Het is drie dagen na "Dolle Dinsdag" (5 september), de dag waarop in Nederland de geruchten over een snelle bevrijding een hoogtepunt bereikten. In de laatste maanden van de bezetting vorderden de Duitsers op grote schaal transportmiddelen, waaronder schepen en fietsen, voor hun eigen logistiek of om de Nederlandse infrastructuur te ontregelen.
De genoemde "brandstoffenmarkt" en de locatie "De Wittenstraat" (gelegen in de Staatsliedenbuurt) wijzen vrijwel zeker op Amsterdam. De Wittenstraat grensde aan waterwegen die essentieel waren voor de aanvoer van brandstoffen (zoals kolen). Het document illustreert de wrange werkelijkheid van die tijd: terwijl de stad aan de vooravond van de Hongerwinter stond en de bezetter bezittingen van burgers roofde, bleef de gemeentelijke bureaucratie uiterst formeel en nauwgezet doorfunctioneren, zelfs voor kleine bedragen als dertien gulden. T. v.d. Pal