Handgeschreven ambtelijke notitie/verslag.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie/verslag. [Linksboven in potlood:]
half vijf bellen
32293
[Paars stempel met handgeschreven toevoeging:]
№ 22/2/1 M. 1944 25/2
[Hoofdtekst:]
Den Heer Inspecteur.
In verband met een klacht van de
reiniging aangaande het niet wegruimen van boomen
op de spoeldagen door W. v. Zoomeren plaats № 25
meld ik U, dat genoemde van Zoomeren bij een onder-
houd, dat ik hierover met hem had, verklaarde dat
hij momenteel zooveel handel had, dat hij het niet
op zijn lichter kan wegbergen.
Bij het onderhoud verklaarde hij dat er in het
vervolg geen planten meer zullen blijven staan.
[Linksonder in potlood:]
Opbergen 23-2-44 [paraaf]
[Onderin midden:]
p Telef. aan Reiniging
mededeelen is geschied
[paraaf] 25/2
[Rechtsonder signatuur:]
Ming.
19/2 44 De tekst is een ambtelijk verslag gericht aan een inspecteur, vermoedelijk van de gemeentereiniging of een afdeling toezicht. De schrijver (mogelijk een opzichter of wijkagent) heeft gesproken met de heer W. van Zoomeren naar aanleiding van een klacht.
Van Zoomeren had "boomen" (planten of handelswaar) op de openbare weg laten staan tijdens de zogenaamde 'spoeldagen'. Hij verweert zich door te stellen dat zijn "lichter" (een vrachtboot voor de binnenvaart) vol lag met handel, waardoor hij de spullen niet aan boord kon opbergen. Hij heeft echter toegezegd dat dit in het vervolg niet meer zal gebeuren.
De administratieve afhandeling is zichtbaar in de kantlijnen: op 25 februari is de afloop telefonisch doorgegeven aan de Reiniging en op 23 februari was het document reeds gemarkeerd om opgeborgen te worden. Het document dateert uit februari 1944, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Ondanks de oorlogssituatie bleven civiele zaken zoals afvalverwerking, straatreiniging en marktordening gewoon functioneren onder de gemeentelijke diensten.
'Spoeldagen' waren vastgestelde dagen waarop de straten en goten met water werden schoongespoeld. Dit was essentieel voor de hygiëne in steden met veel grachten en smalle straten. Het gebruik van een "lichter" wijst erop dat de betrokkene een handelaar was die zijn goederen via het water vervoerde, wat zeer gebruikelijk was in steden als Amsterdam of Rotterdam. Het document illustreert de frictie tussen de individuele economische bedrijvigheid en de noodzaak voor publieke orde en reinheid in een dichtbevolkte stad. W. van Zoomeren