Archiefdocument
Origineel
[Rechtsboven handgeschreven:]
VD/SV.
[Midden boven:]
2e C O N C E P T.
==========
[Links in de marge handgeschreven:]
Heer
Van Meurs
25/8/2
Typen
afschrift -
Insp. en
aan marktmeester
ACstr. van
dat gedeelte
betreffende wat
voor hem van
belang is
[Hoofdtekst:]
Onderwerp: klacht
Mevrouw E.C. Hakker
vischverkoop
Albert Cuypstr.
Den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
=============
Onder terugzending van het met Uw
kantbrief d.d. 24 dezer om advies ontvangen stuk
no. 289 L.M. 1944 hebben de ondergeteekenden de
eer U te berichten, dat zij klaagster tezamen met
den marktmeester Vrij, dienstvoerende op de Albert
Cuypstraat, hebben gehoord.
Klaagster beweert, dat op 17 [handgeschreven boven 'Maart'] Maart jl.
een geheele kar met brasem, welke den verkoop-
loods in de Albert Cuypstraat werd binnen gereden,
niet aan het publiek is verkocht. Bewijzen hier-
voor kan zij niet aanvoeren, terwijl zij even-
min op aannemelijke [handgeschreven boven 'redelijke'] wijze kan ~~aantonen~~ maken [handgeschreven] dat zulks ge-
beurd zou zijn. ~~Verder~~ Overigens [handgeschreven] deelde zij mede, dat zij
zich dagelijks in de rij voor het verkrijgen van
visch opstelt, meestal in de Albert Cuypstraat
en soms in de Beethovenstraat. Zij drijft een
pension, en [handgeschreven invoeging] de indruk werd sterk gevestigd,
dat haar [handgeschreven boven 'de dame'] de visch ~~niet alleen~~ voor andere rekening dan [handgeschreven invoeging] voor eigen ge-
bruik ~~kocht~~ koopt [handgeschreven correctie].
De marktmeester Vrij, die bij de be-
spreking aanwezig was, ontkende ten stelligste, dat
dat er in de Albert Cuypstraat visch aan publiek
is verkocht, dat niet in de rij heeft gestaan.
Het is juist, dat er in de verkooploods een door-
gang is, welk in de Govert Flinckstraat uitkomt.
Deze doorgang, afgesloten met een deur geeft toe-
gang tot de eigenlijke karrenloods van den ver-
huurder Stroker-Tieman. Gedurende den vischver-
koop is deze deur echter met een zg. boom afge-
sloten. Wij hebben de situatie ter plaatste [sic] opge-
nomen en er zal [handgeschreven boven 'zullen wellicht'] ten overvloede, nog een
hangslot op deze afsluiting worden aangebracht [handgeschreven boven 'moeten aanbrengen'],
waarvan de sleutel gedurende den vischverkoop
bij den marktambtenaar zal berusten.
[Linksonder handgeschreven:]
(naar wij bij een bezoek de situatie op 1 deur hebben geconstateerd) Het document is een ambtelijk concept-verslag van een onderzoek naar aanleiding van een burgerklacht. Mevrouw Hakker beschuldigde de marktstaf van de Albert Cuypmarkt ervan dat zij een volledige kar brasem buiten de officiële distributie (de wachtrij) om hadden verkocht.
De rapporteurs vegen de klacht van tafel wegens gebrek aan bewijs, maar gaan in de tegenaanval door de integriteit van de klaagster in twijfel te trekken. Het feit dat zij een pension houdt, doet hen vermoeden dat zij zelf vis opkoopt voor wederverkoop of commercieel gebruik, wat in de context van de toenmalige rantsoenering verdacht was.
Interessant is de voorgestelde maatregel: hoewel de marktmeester elke onregelmatigheid ontkent, wordt er toch besloten een extra hangslot aan te brengen op een achterdeur die toegang geeft tot de Govert Flinckstraat. Dit wijst erop dat men de mogelijkheid van 'lekken' via die route wel degelijk serieus nam, of op zijn minst de schijn van corruptie wilde vermijden. De vele tekstuele aanpassingen tonen de zorgvuldigheid waarmee men dergelijke politiek gevoelige rapporten opstelde. Dit document is geschreven in de zomer van 1944, een kritieke fase van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. De voedselschaarste in Amsterdam nam hand over hand toe en de distributie van schaarse goederen zoals vis was strikt gereguleerd.
De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in die tijd een sleutelfiguur binnen het gemeentebestuur, verantwoordelijk voor het voorkomen van honger en zwarte handel. Klachten over onregelmatigheden op de markt werden hoog opgenomen, omdat bevoordeling of verkoop buiten de bonnen om de sociale rust in de stad direct in gevaar bracht. De Albert Cuypmarkt was (en is) een van de belangrijkste locaties voor de Amsterdamse voedselvoorziening, waardoor elke verdenking van malversaties daar direct onderzocht moest worden. E.C. Hakker Hakker beschuldigde (Mevrouw)