Administratief dossierblad / brief met ambtelijke kanttekeningen.
Origineel
Administratief dossierblad / brief met ambtelijke kanttekeningen. November - december 1944. (Rechterbovenzijde - fragment uit verzoekbrief)
... mij nu de plaats van mijn echtgenoot
op bovengenoemde markt weer toe
te wijzen.
Hopende dat mijn
verzoek in welwillende overweging
zal worden genomen, en U bij voorbaat
dankend, verblijf ik met de meeste
Hoogachting,
Wed. T. van Rijn
- de Vries
Kinkerstr. 210 II
(Linksbovenzijde - administratieve notitie 1)
Opnieuw ingeschreven op
soll. lijst. Alb. Cuypmarkt en
vaste plaats toegewezen per 1 Dec. 1944.
Schuld over Nov. '43 is betaald.
Opbergen.
[Paraaf] 16/11 44.
(Linksmidden - administratieve notitie 2)
Opgevoerd op C.M. Dec. 1944 m.i.v.
1 - 12 - 1944.
Opbergen.
[Paraaf] 4/12 44.
(Rechtsonder - Advies Inspecteur)
Inspekteur
B. van Rijn, pl. op Albert Cuypstraat
Deze is afgevoerd wegens wanbetaling
met ƒ 6,05 schuld over November '43.
Artikelen: boter, kaas, eieren.
Heeft gedurende 21 jaar vaste
plaats op Alb. Cuypstraat gehad.
m.i. geen bezwaar om aan
verzoek van weduwe te voldoen.
(Onderaan rechts - aftekening)
ong. c.v.a.
[Paraaf] 8/11
[Handtekening]
Den Insp. 2/11 44 Het document is een ambtelijke afhandeling van een verzoekschrift door de weduwe T. van Rijn - de Vries. Zij verzoekt de gemeente Amsterdam om de marktvergunning op de Albert Cuypmarkt, die voorheen op naam van haar overleden echtgenoot stond, over te nemen.
Uit het advies van de inspecteur blijkt dat haar man, B. van Rijn, 21 jaar lang een vaste standplaats had voor de verkoop van zuivelproducten (boter, kaas, eieren). Hij was echter van de marktlijst geschrapt vanwege een minieme schuld van 6,05 gulden uit november 1943. Omdat deze schuld alsnog is voldaan en gezien de lange staat van dienst van de familie, adviseert de inspecteur het verzoek in te willigen. De administratieve notities links tonen aan dat zij per 1 december 1944 inderdaad een vaste plaats toegewezen heeft gekregen. Dit document is geschreven in november 1944, tijdens de Duitse bezetting van Nederland en aan het begin van de Hongerwinter. In deze periode was voedselvoorziening een kritieke kwestie en was een standplaats op een markt als de Albert Cuyp van cruciaal economisch belang, zeker voor een weduwe die na het overlijden van haar man zelf in haar onderhoud moest voorzien.
Opmerkelijk is de voortgang van de reguliere bureaucratie: ondanks de oorlogsomstandigheden en de naderende hongersnood in West-Nederland, werd een dossier over een schuld van slechts enkele guldens van een jaar eerder nauwgezet afgehandeld. De artikelen die zij verkocht (boter, kaas, eieren) waren op dat moment uiterst schaars en streng gerantsoeneerd. B. van Rijn C.M. Dec T. van Rijn Gemeente Amsterdam