Brief (handgeschreven)
Origineel
Brief (handgeschreven) 29 februari 1944 (met kanttekeningen van 1, 13 en 14 maart 1944) H. Wolff De Inspecteur van het Marktwezen (ter plaatse) [Linksboven:]
No 26/5/1 M 1944 23/2
[Rechtsboven:]
Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
alhier.
[Hoofdtekst:]
Naar aanleiding van bijgaand schrijven
meld ik U het volgende.
Door mij werden geregeld de ver-
loopen voorrangskaarten ingenomen
en ook doorgezonden naar de Volksdienst.
Daar door mij geen aanteekening is
gehouden van wie ik een kaart innam,
kan ik U niet zeggen of ik de kaart
van Mevr. Bakker-Ypendijk heb ontvangen.
29 Feb. 1944
[Handtekening: Wolff]
[Marge rechts, zwarte inkt:]
Aan H. Wolff opge-
dragen de kaarten
welke door hem
worden ingenomen
voortaan naar
het Hoofdkantoor
te zenden.
1-3-'44
Dekker. [Handtekening]
[Marge midden, rode inkt:]
B. Insp.
Zeer juist!
Blijk. Af. voor personeel
zeker te laten
13-3-44
[Paraaf]
[Onderaan, rode inkt:]
Geen eigen machtig optreden personeel.
Af. pers. waarschuwen dergel.
zaken niet buiten het kantoor om
te behandelen!
14-3-44
[Paraaf] De kern van deze correspondentie betreft een administratieve onduidelijkheid over een "voorrangskaart" van een zekere Mevr. Bakker-Ypendijk.
- De Brief: Wolff reageert op een eerdere navraag. Hij legt uit dat hij routinematig verlopen voorrangskaarten innam en deze doorstuurde naar de "Volksdienst". Omdat hij geen administratie bijhield van de specifieke namen van de kaarthouders, kan hij niet bevestigen of hij de kaart van de genoemde mevrouw heeft ontvangen.
-
De Reacties (Kanttekeningen):
- 1 maart: Een zekere Dekker corrigeert de werkwijze van Wolff. Hij krijgt de instructie om ingenomen kaarten voortaan direct naar het "Hoofdkantoor" te sturen in plaats van naar de Volksdienst.
- 13/14 maart: In rode inkt (waarschijnlijk van een hogere functionaris) wordt dit krachtig onderstreept. Er wordt gesproken over "eigen machtig optreden" van het personeel. Het personeel moet worden gewaarschuwd dat dergelijke zaken niet buiten de officiële kanalen (het kantoor) om afgehandeld mogen worden. Dit document stamt uit februari/maart 1944, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Verschillende elementen in de tekst verwijzen naar deze periode:
-
Voorrangskaarten: Tijdens de oorlog waren veel goederen op de bon. Voorrangskaarten gaven bepaalde groepen (zoals grote gezinnen, zieken of NSB-leden) privileges bij de distributie of bij aankopen op de markt.
- De Volksdienst: Hiermee wordt de Nederlandse Volksdienst (NVD) bedoeld. Dit was een door de nationaalsocialisten opgerichte organisatie voor maatschappelijk hulpbetoon, gemodelleerd naar de Duitse Winterhilfe. Het feit dat Wolff de kaarten direct naar hen stuurde, werd door zijn superieuren blijkbaar gezien als een te informele of onjuiste procedure die de officiële gemeentelijke/markt-hiërarchie omzeilde.
- Bureaucratische controle: De felle reactie in rode inkt over "eigen machtig optreden" getuigt van de gespannen sfeer en de noodzaak voor strikte controle binnen de ambtelijke apparaten onder het bezettingsregime. Het Marktwezen was cruciaal voor de voedselvoorziening en distributie, waardoor elke afwijking van de regels zwaar werd opgenomen.