Archiefdocument
Origineel
28 maart 1944 (verzonden), 31 maart 1944 (ontvangen). H. Voorn, Turfstraat 24 A, Hilversum. Waarschijnlijk de Marktmeester of het Bureau voor Marktwezen te Amsterdam. [Rechtsboven:]
Hilversum. 28-3-44.
924
[Stempels linksboven:]
№ 26/8/1
M. 1944 31/3
[Tekst:]
Mijnheer
Met dit schrijven richt ik een verzoek
tot u. Ik kom al 8 jaar op de Markt in
Amsterdam met Katjes Waterlelies enz.
wat in de Natuur groeit Nu kwam
ik Zaterdag j l. weer op de Dapperstraat.
en toen zei de Mark meester dat ik bij
u een marktkaart aan moest vragen.
Nu wou ik u beleefd vragen of u mij zoo'n
kaart wou geven want ik wou aan Zater-
dag weer graag met katjes naar de markt.
Bij voorbaat dank
H. Voorn.
Turfstraat 24 A
Hilversum.
[Aantekeningen in de rechter benedenhoek:]
ongegrond
z.d.d. 6/4
Aan oproeping geen
gevolg gegeven, niet verschenen
[Paraaf] 11/6
2/6 Het document is een handgeschreven verzoekschrift van H. Voorn uit Hilversum. De schrijver verzoekt om een 'marktkaart' (een vergunning) om handel te mogen drijven op de Amsterdamse markten, specifiek de markt in de Dapperstraat. Voorn geeft aan al acht jaar lang producten uit de natuur te verkopen, zoals wilgenkatjes en waterlelies.
De toon van de brief is beleefd en enigszins informeel ("Nu wou ik u beleefd vragen of u mij zoo'n kaart wou geven"). Uit de ambtelijke aantekeningen in de marge blijkt echter dat het verzoek niet is gehonoreerd. Er staat "ongegrond" en er wordt vermeld dat de aanvrager geen gevolg heeft gegeven aan een oproeping om te verschijnen. De zaak lijkt definitief afgehandeld op 11 juni 1944. Dit document stamt uit de late periode van de Duitse bezetting van Nederland (maart 1944). In deze tijd was de economie streng gereguleerd en was voor bijna elke vorm van handel een officiële vergunning nodig. De Dapperstraatmarkt in Amsterdam-Oost was (en is) een van de belangrijkste volksmarkten van de stad.
De handel in "wat in de Natuur groeit" (zoals wilgenkatjes in het voorjaar) was voor velen een manier om in crisistijd een klein inkomen te genereren. Dat de afzender uit Hilversum kwam en in Amsterdam wilde verkopen, wijst op de noodzaak om ver te reizen voor handel, ondanks de beperkingen in het vervoer tijdens de oorlog. De bureaucratische afhandeling ("geen gevolg gegeven") is typerend voor de stroeve administratieve processen in de laatste oorlogsjaren, waarbij burgers vaak niet in staat waren om aan officiële oproepen te voldoen door gebrek aan vervoer of angst voor controles. H. Voorn Marktwezen