Handgeschreven verzoekschrift / brief.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift / brief. 3 december 1944. A'dam, 3 Dec. '44
Mijne Heeren [gecorrigeerd met: ond. hulp.]
Hierbij verzoek ik u beleefd om 3 maanden niet te mogen staan, wegens gebrek aan materiaal.
Mijn standplaats is markt Dapperstr. in leder, rubber enz.
Mijn marktgeld betaal ik weer per halfjaar voor het komend 1945.
Gaarne een gunstig antwoord. In deze korte brief verzoekt een marktkoopman van de Dappermarkt in Amsterdam om een tijdelijke onderbreking van zijn activiteiten voor een periode van drie maanden. De reden die wordt opgegeven is een "gebrek aan materiaal". De schrijver handelt in leder en rubber, grondstoffen die in de laatste oorlogsjaren uiterst schaars waren.
Opvallend is de formele en beleefde toon ("beleefd", "gaarne een gunstig antwoord"), ondanks de chaotische omstandigheden van de tijd. De schrijver toont ook de intentie om de standplaats te behouden door aan te geven het marktgeld voor het eerste halfjaar van 1945 te zullen voldoen. Boven de aanhef "Mijne Heeren" lijkt door een ambtenaar de notitie "ond. hulp." (mogelijk onderlinge hulp of een specifieke afdeling) te zijn geschreven. Het document is gedateerd op 3 december 1944, midden in de Hongerwinter. Tijdens deze periode was het westen van Nederland nog bezet door nazi-Duitsland en was er een totale stilstand van de economie. Er was een nijpend tekort aan alles: voedsel, brandstof en grondstoffen.
Grondstoffen zoals leder en rubber waren al vroeg in de oorlog onderworpen aan distributie en werden veelal gevorderd voor de Duitse oorlogsindustrie. Voor een kleine handelaar op de Dappermarkt was het eind 1944 vrijwel onmogelijk geworden om nog aan voorraad te komen om legaal te verhandelen. De Dapperbuurt zelf was zwaar getroffen door de wegvoering van de Joodse bevolking, die voorheen een groot deel van de handel op de Dappermarkt dreef. Dit verzoek is een illustratie van de wanhopige pogingen van burgers om hun legale nering en vergunningen aan te houden in een tijd waarin de feitelijke handel nagenoeg onmogelijk was geworden.
Samenvatting
In deze korte brief verzoekt een marktkoopman van de Dappermarkt in Amsterdam om een tijdelijke onderbreking van zijn activiteiten voor een periode van drie maanden. De reden die wordt opgegeven is een "gebrek aan materiaal". De schrijver handelt in leder en rubber, grondstoffen die in de laatste oorlogsjaren uiterst schaars waren.
Opvallend is de formele en beleefde toon ("beleefd", "gaarne een gunstig antwoord"), ondanks de chaotische omstandigheden van de tijd. De schrijver toont ook de intentie om de standplaats te behouden door aan te geven het marktgeld voor het eerste halfjaar van 1945 te zullen voldoen. Boven de aanhef "Mijne Heeren" lijkt door een ambtenaar de notitie "ond. hulp." (mogelijk onderlinge hulp of een specifieke afdeling) te zijn geschreven.
Historische Context
Het document is gedateerd op 3 december 1944, midden in de Hongerwinter. Tijdens deze periode was het westen van Nederland nog bezet door nazi-Duitsland en was er een totale stilstand van de economie. Er was een nijpend tekort aan alles: voedsel, brandstof en grondstoffen.
Grondstoffen zoals leder en rubber waren al vroeg in de oorlog onderworpen aan distributie en werden veelal gevorderd voor de Duitse oorlogsindustrie. Voor een kleine handelaar op de Dappermarkt was het eind 1944 vrijwel onmogelijk geworden om nog aan voorraad te komen om legaal te verhandelen. De Dapperbuurt zelf was zwaar getroffen door de wegvoering van de Joodse bevolking, die voorheen een groot deel van de handel op de Dappermarkt dreef. Dit verzoek is een illustratie van de wanhopige pogingen van burgers om hun legale nering en vergunningen aan te houden in een tijd waarin de feitelijke handel nagenoeg onmogelijk was geworden.