Brief / Klachtbrief
Origineel
Brief / Klachtbrief 24 april 1944 Aantekening rechtsboven (rood):
Insp. bespr.
28-4-44.
Hoofdtekst:
Amsterdam 24 April 44
Wel Ed Heer!
Als iemand met klein pensioentje, vroeg
vrijdag namiddag, vrijdag namiddag, vischmarkt Bellamystr
aan "Corpulente marktmeester in burger", of
ik goedkoopere visch mocht koopen, want
f 2.50 kilo kon ik een maal niet betalen, toen
verwees mijn, genoemde Heer, naar de gebroeders
Kort en dik en een mager, waar ik 3 pond kleine
schar kreeg, voor f 1.50 cent, terwijl ik zaterdag
vernam, dat het publiek die voor f 1.= per 3 pond
kreeg, maar toen stond de marktmeester er bij
intusschen was ik weer bestolen voor 50 cent
van mijn toch al geringe inkomsten. Is zulks
niet om nog mismoediger te worden, pensioen
wordt niet verhoogd, maar levensbehoeften zeer
haast onderuit gaat * Inhoud: De schrijver, een persoon met een klein pensioen, beklaagt zich over prijsopdrijving op de vismarkt in de Bellamystraat (Ten Katemarkt) te Amsterdam. De auteur vroeg een "corpulente marktmeester in burger" om advies voor goedkope vis. Deze verwees de persoon naar specifieke handelaren (mogelijk de gebroeders Kort), waar de auteur 1,50 gulden betaalde voor 3 pond schar. De volgende dag bleek dat de gangbare prijs slechts 1,00 gulden was.
* Taal en Stijl: Het taalgebruik is eerbiedig ("Wel Ed Heer") maar tegelijkertijd emotioneel en verontwaardigd over het onrecht ("bestolen", "mismoediger"). De beschrijving van de marktmeester en de handelaren ("Kort en dik en een mager") is zeer beeldend.
* Interventies: De rode onderstrepingen in de tekst en de notitie "Insp. bespr. 28-4-44" wijzen erop dat de klacht is behandeld door een inspectie-instantie (waarschijnlijk de Prijsbeheersing of de Marktendienst). Het document dateert uit april 1944, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er sprake van grote schaarste en strenge rantsoenering. De prijzen voor levensmiddelen werden door de overheid vastgesteld, maar woekerprijzen en oplichting op de markt kwamen veelvuldig voor. Voor gepensioneerden, wier inkomen vaststond terwijl de kosten van levensonderhoud stegen, was een verlies van 50 cent (zo'n 33% van de aankoopprijs in dit geval) een aanzienlijke financiële klap. De brief illustreert de dagelijkse overlevingsstrijd en de corruptie of onverschilligheid van functionarissen in oorlogstijd.